Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze zielen, een opgericht teeken van den naam, met welken wij hier en aan alle plaatsen onzen getrouwen Schepper aanroepen. Hij wil ons zijn huis ter woning geven ; Hij wil dat wij komen tot zijne gemeenschap; Hij bouwt ons de aanspraakplaatse waar zijn mond tot ons spreekt, ja! Hij is ons een Vader in den vollen nadruk van dien tederen naam, daarom zijn wij verblijd, en dankende zeggen ook wij met den heiligen zanger: „Gelijk uw naam is, o God! alzoo is de roem uwer daden : gelijk wij gehoord hebben alzoo hebben wij gezien in de stad des Heeren der heirscharen." Zijne gemeente op aarde is gesticht tot openbaring zijner heerlijkheid. „Deze God is onze God eeuwiglijk en altoos!"

Doch in nog bepaalder beteekenis hebben wij bij de intrede in dit bedehuis Gods weldadigheid te roemen. Ook de plaats waar de tempel zich verhief was eene aansporing van dank voor de gemeente des ouden Verbonds. De plaats, waar onze voeten thands ter tempelwijding staan is „schoon van gelegenheid" in het Godsrijk, als getuigende van 's Heeren heerlijkheid op velerlei wijs. — Eer vergete mijne rechterhand zich zelve, eer zij nalaat u met ingenomenheid op de plek te wijzen waar ik straks veertien jaren mocht helpen bouwen aan des Heeren huis! Het is thands juist drie eeuwen geleden dat in deze Nederlanden de Hervormde Geloofsbelijdenis werd afgelegd onder den bloeddoop der vervolging. Bijkans even zoolang werd de gemeente van Christus

Sluiten