Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dat door ons allen die stemme Gods, die zoo krachtig onder ons gesproken heeft, mogt gehoord worden. Die dooden mogen wij den Heere overgeven. Dat mogen wij zeggen, ofschoon hun dat onheil getroffen heeft, zij waren niet ergere zondaars, dan er velen onder ons zijn. Ja, wie weet of er zelfs onder de geredden, onder ons, niet nog veel grootere zondaars zijn, wier leven tot nu toe is gespaard gebleven? Met de treurende weduwen, de diep bedroefde ouders en hunne dierbare betrekkingen, betaamt het ons te doen, wat wij vermogen, om onze deelneming te bewijzen, in dat zware oordeel, huu getroffen; die bidden geleerd hebben, och! dat het hun geschonken worde, hen op te dragen aan Hem, die de zielen, die hij bedroefd heeft, alleen vermag te vertroosten. Wiens ziel krimpt niet weg van weedom, als Hij zich het jammerlijk nood en angstgegil voorstelt in die oogenblikken, toen de boot in de diepte wegzonk. Wie weet, of er nog niet zijn geweest, die tot God geroepen hebben, wier stemmen zijn verhoord geworden! *\Tan een jongeling heeft men ons vsrzeKerd, dat hij nog op zijne knieën is nedergevallen, en de handen omhoog heffende, zijnen Iligter om genade gebeden heeft. Moge God zijn gebed, en zoo er meer gebeden hebben, ook de gebeden van dezen verhoord hebben . ^ ij mogen geen oordeel uitspreken. Tot ons zeiven inkeerende, roep ik u allen toe: och! voor u is het nu nog het heden der genade, maar wie weet, of gij den dag van morgen zult beleven? Haast u, haast u onbekeerden! behoud u, om uws levens wil, waarom wilt gij stsrven? Bedenkt het, als God u allen zoo krachtig roept, en gij weigert te hooren, Hij zal lagchen als uw verderf komt, Hij zal spotten met uwe vrees. Heden, zoo gij Gods stem hoort, verhardt uwe harten niet. Och, Heere! dat die dwazen, die er nog onder ons zijn, wijs mogen worden, dat zij mogen opmerken en op hun einde mogen letten!

Daar zijn er onder u sommigen aan deze plaats, die

Sluiten