Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren beschrijven als den aartsvijand van ware humaniteit en van het aesthetisch schoone. Hij wijt het aan het christendom zelf, dat de belijders daarvan in de vroegste eeuwen afkeerig waren //van // muziek en schilderkunst, van welsprekendheid // en poëzie, omdat dit alles gevloeid was uit de // onreine bron van het heidendom. Zij noem// den," zegt hij, // de Muzen werktuigen van den ti Satan, Homerus en Yikgilius zijn meest uitste// kende dienaars. Zij waren wars van alles wat // tot het rijk van de fantasie behoorde. Den vro// lijken vloed van het ongedwongen discours, alles, // waarmee een beschaafde geest zich 't liefst bezig // houdt, zij veroordeelden het als een misdadig // gebruik van de gave der spraak. Zij scherpten // elkander in, niet alleen om zich alle grover zin// genot te ontzeggen, maar ook om het oor te // sluiten voor de onheilige harmonie van de klanu ken, en om de edelste gewrochten van mensche// lijke kunst met onverschillige oogen aan te zien." Is deze voorstelling geheel omvaar? Dat zal wel niemand durven beweren, al noemt hij haar ook wat al te sterk gekleurd. Maar, in één opzigt zondigt Gibbon tegen de historische trouw. Wat hij namelijk aan het oorspronkelijk christendom te laste legt, dat is wezenlijk alleen aan de spoedige ontaarding daarvan te wijten, en deze was een wel treurig, maar toch zeer natuurlijk gevolg van den heerschenden geest en van de omstandigheden van dien tijd.

Sluiten