Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienstig leven zoo van zelf uit ons binnenste vloeit, alsof er voor ons zulk een regel niet bestond; er is dan niets gekunstelds, niets wettelijks meer in, 't is enkel vrijheid, natuur, vrije en scboone natuur; deze zijde nu zien wij bij de Grieken. Wel hadden zij gebrekkige denkbeelden; maar men vergete niet, dat voor de aesthetische ontwikkeling een gebrekkige godsdienst, als zij maar ongekunsteld en met natuurlijke vrijheid uitgeoefend wordt, meer waarde heeft dan zelfs een volmaakte, zoodra de beoefening daarvan met een zekeren dwang, naar een vastgezetten regel of een wet en niet met volle vrijheid geschiedt. De waarlijk verheven godsdienstleer van Israël was voor hun gevoel een wet, en daardoor miste hun godsdienstig leven vrijheid, het had altijd iets van een godsdienstige dressuur. De Grieken daarentegen waren vrij van die wettelijkheid; bij hen hing elke godsdienstige handeling met het volkskarakter innig zamen; de Griek gevoelde zich zijn Goden nabij; Goden en menschen vormden voor zijn gevoel meer of min één familie, één volk.

Tot Deukalions geslacht te voren Daalden Goden uit den hemel af;

En om Pyrrha's dochters te bekoren, Nam Latona's zoon den herders-staf.

Tusschen menschen, goden en heroën Knoopte Amor 't liefelijkst verbond;

Sterv'lingen met Goden en heroën Vierden feest in Amathont.

Sluiten