Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen haar hoogste zegepraal moet vieren." In elk geval, men heeft niet gehoord, dat deze kerk tegenover den italiaansen dictator bijzondere pretenties deed gelden of enige Hildebrandiaanse eisen stelde; er werd haar een brok van de heilige Stad toegeworpen, en daarmee was ze tevreden gesteld.

Heel anders was het in Duitsland. Daar was de kerk heel wat zwakker, maar het christendom heel wat sterker; en het kost Hitier heel wat moeite het te binden en het te laten doodhongeren.

Maar de eis der absoluutheid is onder beide regiemen hetzelfde, en dat niet alleen, maar het is de eis van heel het moderne staatsleven in het algemeen. Het is de „eis des tijds".

En zo kan dan de tegenwoordige verhouding tussen christendom en staatsmacht niet scherper en duidelijker worden afgetekend dan in het woord van Henrik Ibsen, dat vijftig jaar geleden klonk als een profetie van wat we nu aanschouwen, toen hij, sprekende over de straks aangehaalde tekstwoorden „Geef den keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is", de vraag stelde:

En wat eist de keizer dan?

En het antwoord luidt: ALLES!

En wat eist Christus dan ?

En het antwoord luidt:

Oók ALLES!

Verregaande pretenties ook van het christendom.

Want men moet erkennen, dat, terwijl de staat zijn pretenties steeds verder uitstrekte, ook Christus (of wil men liever: het christendom) zijn aanspraken en

Sluiten