Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de „onvergankelijkheid" van het aanzijn. Onbewust van eigen doen houdt dit bewustzijn zich krampachtig vast aan het aanzijn der wereld, om den dood der wereld of te vervlakken tot een natuurlijk of zielig leven, of hem te verkeeren in een gelukzaligen hemel met als ommezijde een eeuwig pijnigenden hel. Zelfs der wereld negatie, de dood, wordt door dit bewustzijn tot een geidealiseerd aanzijn in het bewustzijn vastgesteld. En omdat dit bewustzijn den dood niet vermag te begrijpen, zal het zich ook immer buiten God weten.

Den dood in zijn duistere oneindigheid, als eigen wereldangst doorleven, wil zeggen zich „moment" weten in en van den oneindigen geest Gods.

Eerst in den dood leert de mensch God kennen en in God den dood. En omdat in Gethsémané niets van wat der wereld is, meer stand kan houden, omdat hier alle bestaan verbloedt, daarom zal de mensch, die met zijn ziel dezen hof is uitgetreden, niet meer vragen naar het bestaan van God ; hij begrijpt, dat God méér is dan bestaan, meer dan welk geidealiseerd bestaan ook; hij weet, dat slechts in eigen nietigheid zich God in Zijn oneindigheid kan openbaren.

Dit is het heimwee, dat den mensch zijn leven bijblijft, wanneer hij met Jezus Christus is geweest in den hof van Gethsémané.

„En na acht dagen waren zijne discipelen wederom

Sluiten