Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sillevis Smitt, Johannes de Dooper, blz. 1—82 en verder

de Bijbelverklaringen op Lukas 1 en 2 : 1—20.

Vragen:

9. Zacharias' vraag in Luk. 1 : 18 wordt beantwoord met een teeken in Gods toorn.

Maria's vraag in Luk. 1 : 34 niet alzoo. Vanwaar dit verschil?

10. Wat kunt ge van Johannes vertellen, vóór zijn levenstaak een aanvang nam?

11. Wat was een karavansera?

12. Is het verschillend handelen van Maria (Luk. 2 : 19) en van de herders (Luk. 2 : 20) ook te verklaren uit het verschil tusschen de ziel des mans en die der vrouw?'

13. Welk doel beoogt de Roomsche kerk door haar aanhangers de leer van Maria's onbevlekte ontvangenis op te dringen?

14. Wat heeft het ons te zeggen, dat de openbaring Gods aan de herders te beurt viel, toen zij getrouw bezig waren aan hun aardsche taak?

15. Maak eens duidelijk, dat het gebruik van de woorden: „vrede op aarde", door socialisten, anti-militairisten, enz., misbruik is.

16. Waar wordt behalve in Luk. 2 : 12 nog meer in verband met de lijdensgestalte van den Zaligmaker van teekenen gesproken?

SCHETS III.

Het Heilig Kind Jezus.

I. Debesnijdenisennaamgeving (Luk. 2 : 21).

A. De besnijdenis.

1. Waarom moet Jezus besneden worden? De besnijdenis is immers het teeken van de afsnijding van de zonde, en veronderstelt, dat het kind onrein is; zij dient tot reiniging, en wijdt het kind Gode (vgl. Lev. 12 : 3, Gen. 7 : 10, Joh. 7 : 23). Moet het heilig kind Jezus gereinigd en geheiligd worden?

2. Neen; daarom vindt de besnijdenis niet plaats. Jezus wordt besneden, om Zijn broederen in alle dingen gelijk te zijn, en in gemeenschap met Zijn volk zich ten volle aan de Wet te onderwerpen. Door de besnijdenis werd men der Wet tot schuldenaar, en Christus is geworden onder de Wet, opdat Hij degenen die onder de Wet waren, verlossen zou (Gal. 4 : 4, 5).

Sluiten