Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spel voort. Een tweede tempelreiniging is noodzakelijk (Matth. 21 : 12, 13). Israël is onbekeerlijk, en vooral de priesterschap is voor den Heiland ontoegankelijk.

2. De tweede uitwerking vinden wij bij de discipelen. Zij worden indachtig, dat er geschreven is: de ijver van uw huis heeft mij verteerd (vs. 17). Met dat verteerd bedoelt David niet een innerlijke vertering, maar gelijk uit Psalm 69 : 10 duidelijk blijkt, een verteerd worden door de vijanden. Welnu, aan dat woord denken de discipelen, als ze Jezus' optreden zien. Zijn ijver voor den tempel zal Hem het leven kosten. Zij zijn bang en durven den reformatieweg niet aan.

3. De derde uitwerking zien we bij de Joden. Zij verzetten zich tegen Christus' optreden. Zij gevoelen hun zonde niet, en vragen om een teeken. Jezus zegt: breek dezen tempel etc. (vs. 19). Daarmede doelt de Heiland op Zijn lichaam, doch er is verband tusschen den schaduwachtigen tempel en Zijn lichaam. Wanneer men Zijn lichaam breekt, zal tot straf hun tempel ineenstorten, en in de oprichting van Christus' lichaam, d.i. in Zijn opstanding verrijst de tempel van den nieuwen dag, de gemeente, die Zijn lichaam is.

II. Jezus en Nicodemus (Joh. 3 : 1—21).

A. Met wien Jezus spreekt.

1. Nicodemus is een overste der farizeeën, lid van het Sanhedrin, een man van invloed en positie.

2. Hij is door het optreden van Jezus in den tempel en door Zijn onderwijs tot andere gedachten gebracht, en wil van den Heiland weten, wie Hij is en hoe Hij denkt over den ingang in het koninkrijk Gods. Hij beschouwt Hem dus eerst als een rabbi.

3. Uit vrees voor een discipel van Jezus aangezien te worden, komt hij des nachts tot Christus. Hij durft dus niet openlijk voor den dag te komen als iemand, die belang stelt in den rabbi van Nazareth.

B. Wat Jezus bespreekt.

1. De hoofdzaak in dit gesprek is de wedergeboorte. De ingang in het koninkrijk Gods hangt niet af van onze goede werken, maar van de omzetting en vernieuwing des harten door den Heiligen Geest. Hier is de wedergeboorte de aanvang van het nieuwe leven.

• 2. Christus leert hem in de tweede plaats dat de zaligheid objectief moet geschieden door de verlossing, door den Messias. Heen wijzing naar de slang in de woestijn. Openba-

Sluiten