Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelden, terwijl zij ook laat merken, dat zij in haar moedertrots van haar kind groote, aardsche verwachtingen koestert. Hiervoor had zij oogenschijnlijk wel reden. Alles wat voor en bij de geboorte van Jezus was geschied, boodschap van den engel (Luk. 1 : 32); verhaal van de herders (Lukas 2 : 15—20) bood voldoende stof voor moederlijke idealen, en de alles-bewarende (Lukas 2 : 19, 51), de peinzende vrouw, heeft in haar gedachten gesponnen aan een kleed van heerlijkheid, dat zij weefde om haar Zoon. Vereeniging van moedertrots en joodsche trots.

2. Dit doen gelden van haar moederrecht blijkt duidelijk a. in de geschiedenis van den twaalfjarigen Jezus in den tempel (Lukas 2); b. bij de bruiloft te Kana waar Maria Jezus aanspoort een wonder te doen (Joh. 2), en c. wanneer zij met haar kinderen komt om Jezus te zoeken en Hem af te houden van Zijn werk (Matth. 12 : 46—50; Markus 3 : 21; Lukas 8 : 19—21). Zelfs lezen wij in Markus 3 : 21, dat Jezus' verwanten uitgingen om Hem vast te houden, want zij zeiden: Hij is uitzinnig. Of Maria tot hen behoord heeft weten wij niet zeker, hoewel vs. 31 dit wel waarschijnlijk tnddkt

3. Op Golgotha ziet Maria al haar verwachtingen den bodem ingeslagen. Haar Zoon hangt aan het kruis, en haar idealen zijn verpletterd. Dan gaat in vervulling wat Simeon geprofeteerd had, dat een zwaard door haar ziel zou gaan. Dit zwaard van smart wondt haar hart, en scheurt het weefsel van haar verbeelding; het snijdt ook den band tusschen moeder en kind door.

B. Jezus en Maria.

1. De Heiland is Zijn moeder eerst gehoorzaam geweest in alles (Lukas 2 : 51). Zoolang Hij in het ouderlijk huis in Nazareth verkeert, erkent Hij haar als moeder, en zelfs, wanneer Hij Zich bewust is Zoon des Vaders te zijn, en te moeten verkeeren in de dingen des Vaders (Lukas 2 : 49), is Hij haar onderdanig. Maar wanneer Hij opgetreden is als Messias, laat Hij haar gevoelen, dat de verhouding tegenover haar een andere is geworden. Hij heeft als Messias geen moeder. Zij moet in Hem haar kind verliezen, en haar Messias vinden.

2. Dit heeft Christus Maria duidelijk laten voelen, a. in den tempel te Jeruzalem: „wist gij niet, dat Ik zijn moest in de dingen Mijns Vaders" (Lukas 2 : 49); b. op Kanas bruiloft: Vrouw, (niet moeder, maar vrouw), wat heb Ik met u te doen (Joh. 2 : 4), en c. wanneer Maria met de anderen

Sluiten