Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met eerbied voor Jezus vervuld. Dit maakt de oversten van het volk onrustig, en er wordt een officiëele vergadering van het sanhedrin gehouden om te beraadslagen, wat men doen zal. Daar spreekt Kajafas het gewichtvolle woord, dat het hun nutter is, dat één voor het volk sterve. Hij bedoelt, dat, wanneer Jezus niet onschadelijk wordt gemaakt, de Romeinen in Hem zullen zien een revolutionair, en aan het Joodsche volk het laatste overblijfsel van zelfstandigheid zullen ontnemen. Dan is het met hun plaats en positie gedaan. Om die te redden moet Jezus sterven. Zuivere utiliteitspolitiek.

2. Kajafas weet niet, dat hij de groote waarheid der plaatsvervanging en der borggerechtigheid uitspreekt. Eén zal voor Zijn volk sterven. Daartoe moet het besluit van het Sanhedrin, om Jezus te dooden, dienen. Dit besluit velt de raad onder praesidium van Kajafas, den hoogepriester. Het was de taak van den hoogepriester om het paaschlam te offeren; deze hoogepriester brengt het Lam Gods ten doode.

II. Wat bij dien opgang plaats vindt.

A. De derde lijdensaankondiging.

1. Jezus heeft zich na de opwekking van Lazarus nog even teruggetrokken naar de woestijn, in het stadje Efraïm (Joh. 11 : 54). Wanneer het pascha nadert, maakt Hij Zich reisvaardig om naar Jeruzalem te gaan. Dan volgt de derde lijdensaankondiging. Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem (Matth. 20 : 17—19; Marcus 10 : 32—34; Lukas 18 : 31—33).

2. In deze lijdensprediking treft ons de nauwkeurige teekening van alles, wat geschieden zal. Overlevering, bespotting, geeseüng, kruisiging. Weer de opstanding voorzegd. Christus ziet alles met klaren blik, maar Hij kiest vrijwillig voor het kruis. De discipelen zijn verbaasd en bevreesd. (Marcus 10 : 32). Zij durven bijna niet mee.

B. De gebeurtenissen op den weg.

1. Op deze reis vinden nog belangrijke gebeurtenissen plaats. De vraag van Salome, de moeder van Johannes en Jacobus (Matth. 20 : 20—28; Markus 10 : 35—45; Lucas 18 : 35); de genezing van Bartimeüs (Matth. 20 : 29—34; Marcus 10 : 46—52; Lukas 18 : 35—43); de bekeering van Zacheüs (Lukas 19 : 1—10).

2. Jezus heeft Zijn discipelen nog op bijzondere wijze onderricht over het koninkrijk der hemelen; over Zijn heengaan en wederkomst, b.v. in de gelijkenis van de ponden.

Sluiten