Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ningswerk tot rijpheid te brengen en te oogsten. In dit feit zijn de beloften vervuld (b.v. Jesaja 61; Joël 2).

3. Door de uitstorting van den Geest blijft de stroom der genade niet langer tot Israël beperkt, maar breekt zich baan tot alle volken. Nu begint de algemeene Christelijke kerk zich over de gansche wereld uit te breiden. Aanvang der Zending. Vervulling van de beloften aangaande de toebrenging der heidenen. De volkskerk van Israël verwijdt zich tot algemeene Kerk.

C. Wat dit feest uitwerkt.

1. Onder de schare, die toeloopt naar het huis, waar de discipelen zijn, rijzen veel vragen, vooral, waar de discipelen spreken in vreemde talen. Vragen van verwondering (vs. 7). Vragen van ontzetting en twijfelmoedigheid (vs. 12). Vragen van spot (vs. 13). De eersten hebben dus de discipelen verstaan en aan het spreekwonder paarde zich een geloofswonder. De spotters hebben er niets van begrepen, en smalen van dronkenschap.

2. Rede van Petrus. Zijn tekst is de belofte van Joël 2 : 28 e.v., en zijn preek heeft twee punten, le. de Schrift is vervuld en 2e. de uitstorting is het werk van Christus. Hij brengt de schare tot de Schriften en tot Christus, en vermaant ze met grooten ernst tot bekeering.

3. De uitwerking van deze rede is ongedacht groot. Velen worden verslagen. Zij vragen: wat zullen wij doen (vs. 37). Zij nemen Petrus' woord aan, en gelooven. Die gelooven worden gedoopt, omtrent drieduizend zielen. De eerste vruchten des Geestes zijn voor de discipelen verblijdend en een profetie van den vollen oogst van Christus.

II. DePinkstergemeente. (Hand. 2 : 42—hfdst. 5)-

A. Haar schoonheid. (Hand. 2 : 42—47; 4 : 32 37).

1. De schoonheid van die eerste christelijke gemeente is als de lentebloei in de natuur. Zij openbaart zich eerst in de gemeenschap des geloofs. Volhardende in de leer (dit gaat voorop); in de breking des broods (avondmaal), in de gebeden (vgl. Hand. 4 : 32).

2. In de tweede plaats komt de schoonheid uit in de gemeenschap der liefde. Gemeenschap van goederen. Geen communisme, maar bijzonder betoon van liefdadigheid. De rijken gaven hun goederen ten behoeve van de armen, en ieder kreeg niet evenveel, maar elk ontving naar dat hij noodig had.

3. De schoonheid is ten derde hierin gelegen, dat de

Sluiten