Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Het gedrag van Mozes, Israëls leidsman, — hoogstbelangrijk is zijne geloofsoefening — zijn geloofswoord — zijn geloofsgebed.

Van alle Wonderen en daden, door den Heere ooit op aarde verrigt, wordt in Gods woord niet meer gewag gemaakt, dan van Israëls verlossing uit het diensthuis van het land der verdrukking. Yóór de Heere zijne heilige wet van Sinaï's kruin afkondigt, brengt Hij het volk in herinnering: „Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis heb uitgeleid." Gelijk een vermoeide wandelaar op zijn staf leunt en steunt, en door hem zich oprigt bij het wankelen zijner schreden, zoo heeft de Kerk en ieder geloovige zich ten tijde der beproeving vertroost en opgerigt gevoeld bij de herdenking aan de verlossing uit Egyptelauds dienstbaarheid en ondragelijke verdrukking. Beschouwt het volk in zijne radeloosheid en ongeloof zijne uitleiding uit Egypte als eene daad van roekeloosheid door Mozes, zijn leidsman , gepleegd: de groote geloofsheld zwijgt op deze even zware als onware beschuldiging zijns volks. Tegen het schild zijns geloofs verpletteren de vurige pijlen der tegen hem gerigte verwij ten, gelijk de baren der zee met geweld verpletteren, door hevigen storm tegen klip en rots gedreven. Mozes is zich volkomen bewust dat niet hij maar Israëls God het volk uit Egypte heeft uitgeleid. Hij die hem riep uit den brandenden braambosch, die evenwel niet verteerde, had het bevel tot den uittocht gegeven. Wat een profeet in latere eeuwen het volk moest herinneren „uit Egypte heb ik mijnen Zoon geroepen" Hos. 11: 1, daaraan heeft ook Mozes in dit gevaarvolle uur geen oogenblik gewankeld of getwijfeld. Wat Mozes ooit deed, is het werk van den dienstknecht, die slechts dat verrigt, wat zijn Heer hem beveelt. Gods wonderen in Egypteland en de geduchte plagen ter bevrijding Israëls aangewend , zijn uit Mozes' geheugen nog niet uitgewischt. Nog herdenkt hij den engel des verderfs, den dood der eerstgeborenen, de jammerklagten daarbij geslaakt; de versche graven die het stof der eerstgeborenen bergen, als het stil en somber verblijf in een land der schaduwen des doods. Het genoten Paaschlam, dat krachtig Sacrament, blijkt in Mozes' 'geloofsoefening eene geestelijke spijze te zijn, die zijn hart sterkt in het midden van aanvechting en beproeving. Het bloed der verzoening en behoudenis, aan den dorpel en posten der deuren gesprengd, verkrijgt juist nu voor den geloofsheld Mozes zijne

Sluiten