Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verrigt, te verbeteren, het zal de natuurlijke vijandschap tegen God en zijne dienst slechts te grooter maken. Geloof ons alle goede plannen, die met dat bedorven hart voor de toekomst worden beraamd, zijn vrome wenschen, die nimmer verwezenlijkt zullen worden. Eerst daar, waar het hart beploegd en door den H. Geest gezuiverd is van al die vreemde bestanddeelen, waar het hart des zondaars door de beweiking des H. Geestes vat-en vangbaar is voorliet goede zaad des woords, vindt er plaats wat de gelijkenis als een nieuwe trek ons verder leert.

liet koningrijk der hemelen kenmerkt zich ook hier bijzonder in, dat de ontwikkeling van 't zaad geheel van zelf plaats vindt. — «Want de aarde, zegt JezijS, brengt van zelve vrucht voort.' — Ge gevoelt de beteekenis dier woorden. Is eenmaal het goede zaad in de goede aarde geworpen, dan gaat de ontwikkeling, bij eene vruchtbaarmakende bedaauwing des Geestes, van zelf. Kan Paulus en een iegelijk dienaar des Evangelie's wat het uitstrooijen van het zaad betreft, Gods medearbeider genaamd worden, hoe begaafd de prediker des goddelijken woords ook zij , hij kan slechts zaaijen, daar het den hemelschen landman alleen toekomt om het zaad vruchtbaar te maken. Alles is hier het werk des H. Geestes, daar t zaad ontkiemt, door zijne verborgene kracht, langs een wonderlijken weg, en op eene voor't versland onnaspeurlijke wijze. Den waan te koesteren, dat we hier nog iets zouden vermogen, zou het grootst misverstand verraden" wat meer zegt: het zou een schromelijk ingrijpen zijn ir'i het werk des Almagtigen , daar noodwendig iets moet plaats grijpen, waartoe de verborgene wondermagt des Geestes alleen in staat is. _ Duidelijk^ is dat in de gelijkenis voorgesteld. 13e mensch die 't zaad in de aarde geworpen heeft gaat heen tot andere bezigheden, die hem roepen, des nachts legt hij zich ter neder en rust van zijnen arbeid; terwijl hij slaapt spruit het uitgestrooide zaad uit, en wordt lang, hij zelf weet niet noe, want al moge hij bij zijnen akker staande en t uitgesprotene ziende, in een tal van gissingen zich verdiepen wat de ontwikkeling der plant betreft, al mo«e hij ook denken, misschien bestaat de plant uit deze en die bestanddeelen en ontwikkelt zich door de invloeden van licht en warmte. groeijende uit de vereenigde werkzaamheden, va,n en de aarde, toch ware het te vergeefs, ja hoogst

schadelijk zoo hij eens de hand in de aarde stak, om met zekerheid zijn verlangen te bevredigen en de ware oorzaak "\an t leven uit te vorschen. Ook zou het moeite te vergeefs zijn, zoo hij met opoffering van zijne andere bezigheden en van zijne nachtelijke rust op dien akker maar bleef vertoe-

Sluiten