Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

js5sl .1f*_ sblj af sb jh_-ol je3 j5fc8c«»

LEERREDE

OVER

Galaten VI: 14.

DOOR

C. G. DE M O E N, Emer.-Predikant te Kampen.

Gelezen: Galaten VI. Gezongen: Ps. CXVI: 1, 10- Ps CVI-3Ps. LXV : 2 ; Ps. CIII: 2.

INLEIDING.

Gelukkig M. H.! is het kind des Heeren, dat zich in zijnen God en Vader verblijden mag. Dit zou nooit hebben kunnen gebeuren, ware het niet dat de Ileere Jezus Christus vrede gemaakt had door het bloed Zijns kruises. Doch geloofd zij God! Hij, die van eeuwigheid is, heeft ook van eeuwigheid gedachten des vredes gehad jegens zondaren, en Zijnen Zoon overgegeven tot feen rantsoen voor velen. Onder dat getal behoorde ook de Apostel Paulus , die eerst wel een groot vijand van den Heiland was, doch later tot God bekeerd werd op den weg naar Damaskus, waar ue Heere Jezus aan hem verscheen en hem tot stilstand bragt. Van dat oogenblik af aan werd Paulus niet slechts een volgeling, maar ook een Apostel van Christus , Wiens leer hij^ niet alleen moest verkondigen ; maar door Wiens bloed hij ook zou gereinigd worden van al zijne zonden. •Daarom wilde Paulus voortaan niets anders weten dan hristus en Dien gekruist. Het kruis van Christus, dat hemi vroeger eene ergernis was, was thans zijn roem, en "ij dien roem wensch ik u heden te bepalen.

GEBED.

Sluiten