Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king en verlossing.'' 1 Cor. I: 30. Zulk een heeft de waar-

o o

heid lief. Hij kent haar, zoo als ze uit God haren oorsprong heeft en aan hem in ChkistüS is geopenbaard geworden door den Heiligen Geest.

m.

»En de waarheid zal u vrijmaken," zegt de Zaligmaker in onzen tekst. Op welk eene wijze moeten wij dit verstaan ? denken mogelijk sommigen uwer. Toehoorders! mij dunkt dit is niet moeijelijk, wanneer gij u herinnert, wat wij gezegd hebben van het verstaan der waarheid, en bedenkt wat de Heere Jezds tot de Joden sprak in ons teksthoofdstuk, vss. 36—38. Mijns inziens wordt het dan duidelijk, dat wij in onzen tekst, door de uitdrukking: en de waarheid zal u vrijmaken, te denken hebben aan eene vrijmaking van de zonde en hare rampzalige gevolgen. De Joden, ten tijde des Heilands op aarde, reikhalsden naar vrijheid. Och, was het de ware vrijheid geweest! Maar zij zagen uit naar eene staatkundige vrijmaking van het juk der Romeinen. Aan de geestelijke vrijmaking gevoelde het meerendeel geene behoefte. Echter toont Jezus in onzen tekst, gelijk ook in het vervolg, duidelijk aan, dat Hij geene staatkundige, maar eene geestelijke vrijmaking bedoelde. De waarheid zal u vrijmaken. Maar hoe maakte dan de waarheid den zondaar vrij ? In vs. 36 van dit hoofdstuk zegt de Heiland: »Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zoo zult gij waarlijk vrij zijn." Hier wordt dezelfde vrijheid of vrijmaking bedoeld. Wordt er in onzen tekst gezegd: »ae waarheid zal u vrijmaken," dan geldt deze belofte voor dezulken en voor die ook alleen, welke de waarheid verstaan of met het hart gelooven. Het zijn zoodanigen, die Jezus' leer met blijdschap aannemen en omhelzen, om door haar als middel behouden en zalig te worden. De lengen en het bedrog des duivels zijn middelen geweest tot afval des menschdoms van God. De vijandschap des harten jegens God en Zijne geboden, alsmede de slaafsche vrees voor Hem, waardoor de natuur-

Sluiten