Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarschuwt hen daartegen, en wekt hen op om gewillig om Jezus' wil smaadheid te dragen. En zouden ze dit ook niet? Of wat was hun van meer waarde: de vriendschap der wereld of de gunst van God? het goede der wereld of het koningrijk Gods? Heeft Jezus daarenboven zooveel voor u geleden, geloovige Hebreën, en zult gij niet den geringen smaad, die u treft om Zijnentwil, verduren? Wat toch is de versmaadheid, die u wacht, te vergelijken bij die, welke Jezus om uwentwil droeg? Moge zij al smartelijk en pijnlijk zijn voor ons vleesch, voor onze eerzucht, voor ons eigenlievend, aardschgezind en hoogmoec^g hart; wanneer wij haar gewillig dragen, heeft onze ziel vrede met God. En die vrede, is zij niet een vrede, die alle verstand te boven gaat?

Indien God voor ons is, wie of wat zal dan tegen ons zijn? Hij regeert, en zonder Zijne toelating kunnen de grootste vijanden zich niet roeren of bewegen. En waar Hij al toelaat, dat de vijanden ons dooden, zij kunnen dan nog maar alleen het ligchaam dooden; de ziel gaat des te spoediger naar het vaderland der rust, waar de strijd door rust, de benaauwdheid door verkwikking, de laatste twijfeling door volle gewisheid vervangen wordt. O geen wonder, dat de martelaren in den eersten Christentijd de martelaarskroon een eerekroon noemden. Geen wonder, dat zij kloekmoedig moordschavotten betraden, zich op brandstapels lieten werpen en van daar nog predikten, want zij gevoelden geen pijn wegens de hemelsche vreugde, die hunne ziel smaakte. De dood was voor hen geen dood, maar slechts een doorgang tot het eeuwige leven. O zoudt gij M. H. de smaadheid van Christus niet willen ondergaan?

En ji velen zijn er, die de waarheid belijden, zich bij de volgelingen van Jezus scharen, den smaad, den hoon en de onderdrukking der wereld met hen verduren en daarom denken, dat het wel met hen is. Maar bouwt gij hierop het huis uwer hoop, wij roepen u toe: gij verwijlt nog in de legerplaats. Diezelfde Paulus roept u toe: „al gaaft gij uw ligchaam over om verbrand te worden en gij hadt de liefde niet, het zou u geen nuttigheid geven." O gaat dan tot Jezus uit, buiten de legerplaats, smeekt Hem dat Hij Zijne liefde in uwe harten uitstorte; opdat gij uit ware liefde Zijne smaadheid moogt dragen.

Maar gij, die bij aanvang of voortgang de legerplaats hebt verlaten en tot Christus zijt uitgegaan, o, behartigt de opwekking des Apostels; draagt gewillig en blijmoedig de smaad-

Sluiten