Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetwelk een vast verblijf te kénnen geeft. Ook stelde de bruid zich voor, dat zij zoo wel den nacht van duisternis zou ontmoeten, als den dag van licht. Eene edele keus, Mijne Hoorders! ö , Mogt \de bruid vele volgelingen vin den! Die zich aan Jezus overgeeft en toe betrouwt, behoort zulks welberaden te doen. De zoodanigen moeten ovei tuigd zijn dat Hij een jaloerscli God is, die geene mededinger! velen kan. En zij, die Hem tot hunnen Bruidegom aannemen en Hem het jawoord geven, moeten het nimmer weder intrekken; want gelijk Hij de Zijnen lief heeft tot den einde toe, zoo moet ook Zijne bruid niet alleen de beste plaats, dat is tusschen hare borsten, op en in haar hart, voor Hem openen, maar dat moet steeds zijn verblijf zijn en blijven, opdat de overdenkingen des harten en de redenen des monds Hem altijd welbeliagelijk zijn mogten.

Hoe noodzakelijk was het ook dat Hij bij haar mogt vernachten. Zij zou zich in het licht steeds in Zijne nabijheid mogen vermaken, maar in de duisternis zou zij zicli in Hem kunnen versterken. Dit was het geval met David, toen Ziklag was ingenomen en verbrand , en het volk sprak van hem te steenigen; toen sterkte hij zich in zijnen God, Job, als het hem bange was, zegt: »A1 doodde mij de Heere, zoo zal ik evenwel op Hem hopen." De discipelen op het meer, zijnde het nacht, en overvallen door storm, hadden het voorregt, Jezus bij hen te hebben , ofschoon Hij sliep. Zij wekten Hem, en ziet! terstond waren wind en zee Hem gehoorzaam, en het gevaar was geweken. Hierop zal ook de bruid het oog gehad hebben, dat zij welligt nog vele stormen zou kunnen ontmoeten, ja, nog vele vervolgingen zou moeten trotseren; en daarom moest Jezus bij haar zijn, voor Hem moesten de stormen zwijgen, met Hem kon zij de vervolging verdragen, ja, al bragt die haar dan ook in eeö dal van de schaduwe des doods, zij mogt geen kwaad vrezen, want de Heere , die bij haar vernachtte, was met haar, Zij11

stok en staf vertroostten haar.

Van waar is het, dat de bruid van Chkistus, ik mee»

Sluiten