Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweest zijn over de complimenten, die de Bolsjewieken hem maakten.

Maar Herriot behoefde volstrekt niet te putten uit zijn historische kennis, om een oordeel te kunnen vellen, over hetgeen hij te zien kreeg. Reeds den tweeden dag van zijn reis geeft hij zijn indrukken aan de vertegenwoordigers der pers en deze verklaringen spreken duidelijk genoeg. Twee dingen hebben hem bovenal getroffen „het opvoedende werk" onder de boeren en ook „het gezag" dat de arbeiders bezaten, die aan 't hoofd stonden van de plaatselijke bureaux van het Sovjet-gouvernement. Herriot heeft niet nagelaten hieromtrent steeds te zeggen: „Ik waardeer dit te meer, omdat ik democraat ben."

Het democratische gevoel van Herriot werd dus bijzonder gevleid, zoodra hij had geconstateerd, dat de „chefs" van oorsprong proletariërs waren. Hij heeft er niet aan gedacht, zich eens af te vragen, of de middelen, die gebruikt zijn,* om dit „gezag" te verwerven, wel in overeenstemming waren met het democratische ideaal. Herriot heeft natuurlijk hooren spreken van het bestaan in Rusland van een instelling, die „Guépéou" genoemd wordt. Hij zou hieromtrent uitvoerige inlichtingen hebben kunnen krijgen bij den Sovjet-diplomaat, die hem tijdens zijn reis in Rusland is toegevoegd, die hem bij zijn aankomst te Odessa ontving en die hem, 16 dagen later, weer in den trein zette aan de Lettische grens. Het was kameraad Goelfaud, die in zijn kwaliteit van vertegenwoordiger van 't Sovjet-bewind aan Herriot verbonden was en die bovendien een vooraanstaand Tchekist was. Maar afgezien van de speciale diensten, die een zekere autoriteit moeten bijzetten aan de administratieve organismen van het Sovjetbewind, zijn er nog andere middelen, die tot 't zelfde doel leiden. De Sovjet-burger, die werkzaam is in een onderneming of ambt, kan alleen levensmiddelen en andere benoodigdheden krijgen, als hij een kaart heeft, die afgegeven moet worden door den

Sluiten