Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch zich nu ook aan God verbonden geyoelt, zich door hem bepaald, gedetermineerd weet, en met vrijen wil Ilem dient." 28) Eu vai.bton beschrijft het ethisch beginsel als het „beginsel om de theologie evenzeer als het leven te laten berusten op de persoonlijke aanraking met de geestelijke wereld, en haar voortdurend te controleeren aan dit haar object." 29) „Wat is het ethisch standpunt?" zoo vraagt hij. En hij antwoordt: „Dat men ook voor de theologie zijn uitgangspunt neemt in de realiteit der geestelijke dingen ; m a.w. in het leven, zooals dit van Godswege is geopenbaard " 30) Dit standpunt noemt hij „de absolute verzekerdheid omtrent de realiteit, afgezien van alle daarvan vroeger of later gegeven of nog te geven voorstellingen, van hetgeen God den mensch in jezus christus geschonken heeft." 31) Het geloof is volgens valeton dan ook „niet een verstandelijk aannemen, dat die dingen wel zoo zullen zijn, maar de levens relatie met God; ons zesde orgaan." 32)

"Welnu, deze levensrelatie met God, waardoor men innerlijk zeker is, door ervaring, dat er een levend God is boven de natuur, maakt, dat men beslist krachtens dit ethisch beginsel anti-naturalist is.

Maar ook de evangelische is anti-naturalist tengevolge van zijn beginsel. Een „evangelie", een bljjde boodschap komt niet uit den mensch, maar tot hem; veronderstelt dus een bron buiten hom, waaruit dat Evangelie gekomen, een brenger of verkondiger van dat Evangelie, drager, orgaan van deze „bijzondere openbaring". Trouwens, van huis uit zijn de evangelischen en hunne leermeesters de Groningers atkeerig geweest van het naturalisme,* dat do bjjzon-

Sluiten