Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de tijd onder de mannen van het Karolingische huis. Van Gregorius II tot Nicolaas I (731—857). De keizers uit dit huis (Karei de Groote, enz.) wilden een staatskerk, de pausen zochten een kerkstaat te stichten. (Verschil) Leo III en Karei de Groote. De beteekenis van Karei den Groote voor ons land.

Daarna snelle ontwikkeling van de macht der pausen (hiërarchie), gevolgd door verval. Van Nicolaas I tot Gregorius VII (858—1073).

3. De godgeleerde wetenschap en verdere ontwikkeling.

Van belang in dezen tijd:

de praedestinati e-s t r ij d: Gottschalk verdedigde de praedestinatie-leer, gelijk die door Augustinus was geleerd naar de Schrift. De Kerk, reeds op half-Pelagiaansch standpunt staande, veroordeelde zijn leer en sloot hem op in den kerker;

de Avondmaalsstrijd: Radberlus Paschasius en Berengarius van Tours. Opkomst van de leer der transsubstantiatie, door Paschasius reeds voorgestaan. Toen later Berengarius van Tours niet slechts de transsubstantiatie bestreed en stelde, dat bovendien bij het Avondmaal nieL de consecratie (de wijding van brood en wijn door het uitspreken der instellingswoorden), maar het geloof voorwaarde is om deel te hebben aan het sacrament, bleek, hoever de gedachte van transsubstantiatie in de Kerk reeds was doorgewerkt. Verbitterde strijd ontstond. Op het 4de Lateraansch Concilie (1215) werd de transsubstantiatie-leer kerkelijk vastgesteld.

Bronnen:

Ds. J. H. Landwehr, Handboek der Kerkgeschiedenis. II. De Middeleeuwen, 2e druk, pag. 32—61.

Lectuur:

Andere boeken over de Kerkgeschiedenis.

SCHETS VI.

PAUS GREGORIUS VII EN ZIJN TIJD (1073). I. Toestand bij het begin.

Het rijk van Karei den Groote was verdeeld. Maar ook was het Pausdom in verval geraakt.

Sluiten