Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepen, Hij laat zich niet betrekken in de maskerade, in het menschelijk verstoppertje-spelen. Hij neemt de vrijheid zich met ons menschen in contact te stellen. „En de Heere God riep Adam en zeide tot hem: waar zijt gij?" Het kan zoover komen, dat God eenvoudig niet langer te ontkennen valt. In allerlei ervaringen van het leven hooren wij Zijn stem tot ons, regelrecht en persoonlijk tot ons gericht. "Wij weten ons gedaagd voor zijn rechterstoel. Het is niet te ontgaan: God roept ons en wij hebben te verschijnen. Nu wordt het hachelijk. Waar de mensch met Godin aanraking komt, zal daar het bedrog niet breken? Helaas, indien ergens, dan blijkt het hier, hoe dicht de nevel is, die den mensch omgeeft, en hoe hij zich inspant om in den nevel te blijven. Het eerste woord, dat in den Bijbel de mensch tot God spreekt, is een leugen, een halve waarheid, maar gij weet wel, halve waarheden zijn de ergste leugens. „En Adam zeide: ik hoorde Uw stem in den hof en ik vreesde, want ik ben naakt, daarom verborg ik mijH et is wel waar, maar het is niet heelemaal waar. Achter die naaktheid, waarover Adam spreekt, zit iets anders, zit het eigenlijke, waarover Adam niet spreekt, en dat toch de ware reden der verberging is: de zonde. Dat is dus reeds het derde stuk van het bedrog: wij ontkennen het kwaad, wij ontkennen de zonde. Zoolang wij slechts eenigszins kunnen, probeeren wij ons te redden met de twee eerste ontkenningen, wij trachten ons ongeluk te verbergen en God uit

Sluiten