Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRIJD EN OVERWINNING

,,Datzelve zal u 3en kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

Gen. 3: 15.

HET begin is veel, maar niet alles. Het is er ver vandaan, dat wij, als we in de zonde aanvankelijk de vijandin onderkend hebben, die ze in werkelijkheid is, daarmede van haar af zouden zijn. Integendeel. Die ontdekking maakt ons voorshands niet gelukkiger doch ongelukkiger. Vroeger leefden we misschien welgemoed verder, maar nu we haar, die we een betrouwbare leidsvrouw waanden, hebben leeren kennen als een vreemde, despotische macht, juist nu bemerken we, hoezeer we door haar worden beheerscht. Wij zijn haar prooi. Vroeger haar willige, thans haar onwillige prooi. Wat moeten wij doen? Het antwoord op die vraag spreekt voor zichzelf. „Het zaad der vrouw zal u, o slang, den kop vermorzelen, doch gij zult het de verzenen vermorzelen." Ziedaar, wat wij moeten doen; wij moeten de slang, de macht van het kwaad, den kop intrappen, al is er dan ook veel kans, dat zij ons daarbij zal bijten in de hiel. W^ij worden geroepen tot den strijd. Daartoe stookt God vijandschap tusschen den mensch en de zonde, opdat de mensch nu ook op voet van vijandschap met de zonde zal gaan leven. Vol van strijd is ons leven reeds naar alle zijden; strijdend moeten wij

Sluiten