Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wederspannigheid in zijn wil en onzuiverheid in zijn genegenheden (1); die verdorvenheid is over alle menschen gekomen, niet door navolging, maar door voortplanting der verdorven natuur (2); krachtens de erfzonde zijn alle menschen slaven der zonde en onwillig en onmachtig om tot God weder te keeren (3); het natuurlijk licht, dat hem gelaten is, brengt hem niet tot zaligmakende kennis Gods; veeleer misbruikt en bezoedelt hij zelfs dat natuurlijk licht (4); ook de Wet kan den mensch niet brengen de zaligmakende genade (5); hetgeen natuurlijk licht noch Wet vermogen, doet God door Zijn Geest en Woord (6); naar Zijn vrijmachtig welbehagen heeft God deze verborgenheid van Zijn wil onder het Nieuwe Verbond ruimer en milder bekend gemaakt dan onder het Oude Verbond (7); de roeping Gods door het Evangelie is ernstig en welgemeend (8); dat vele geroepenen geen gehoor geven, is niet de schuld van God; is ook niet te wijten aan het Evangelie, maar hun eigen moedwillig ongeloof (9); dat anderen wèl tot geloof en bekeering komen, is niet te danken aan hun vrijen wil, maar aan God, Die, gelijk Hij uitverkoren heeft, ook krachtig roept (10).

Eenige hoofdzaken.

Waarom zijn Hoofdstuk III en IV saamgevoegd?

De Remonstranten zelf hadden in hun art. 3 uitgesproken :

„De mensch heeft het zaligmakend geloof niet in zichzelf, noch uit kracht van zijn vrijen wil, alzoo hij in den staat der afwijking en der zonden niets goeds, dat waarlijk goed is (gelijk inzonderheid i's het zaligmakend geloof) uit en van zichzelf kan denken, willen of doen, maar het is van noode, dat hij van God in Christus, door Zijn Heiligen Geest, worde herboren en vernieuwd in verstand, geneigdheid of wil en alle krachten, opdat hij het ware goed recht moge verstaan, bedenken, willen en volbrengen, naar het Woord van Christus: Zonder Mij kunt gij niets doen (Joh. 15 : 5)".

Letterlijk genomen, konden de Gereformeerden dit geheel onderschrijven, maar in het licht van hun 4e artikel

Sluiten