Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn schepsel en verheerlijkt er Zijn Naam mee; voorts, ook al brengt zij niet zaligmakend geloof, ze kan toch vele tijdelijke zegeningen meebrengen, zooals: beslag der Waarheid op Opdenken, weerhouding van schandelijke zonde, vorming van een Christelijk cultuurleven, enz. Ook dient de uitwendige roeping menigmaal als instrument in Gods hand om het werk der genade in de harten der Zijnen voor te bereiden.

Doch pas wanneer er de Heere de werking Zijns Geestes mee verbindt, wordt het een kracht Gods tot zaligheid; dan spreken we van de inwendige roeping of krachtdadige roeping. Die inwendige roeping herstelt in den mensch weer den verbroken band en maakt hem weer Gode geestelijk verwant, zoodat hij Gods Woord weer hooren en verstaan wil en kan. Het is een inwendige verlichting, een openen van het hart, van het verstand, zegt de Schrift; of een wasdom, dien God aan het gepredikte woord schenkt.

Vragen.

1. Is de mensch ook in zijn lichaam beelddrager Gods ?

2. Behoort de zonde tot het wezen der menschelijke natuur ?

3. iWaren man en vrouw beiden naar het beeld Gods geschapen i

4. Heeft de mensch na zijn val nog een wil ? Zoo ja, heeft hij dan een vrijen wil ten goede ?

5. Wat is de erf schuld en wat de erf smet; en welk is het verband van beiden met de rechtvaardig'making en de heiligmaking ?

6. Hoe beantwoordt ge de bedenking, dat God velen roept, en hun da zaligheid aanbiedt, zonder dat het de raad Zijns willens is om hen zalig te maken? (zie o.a. Meijering pag. 197).

7. Welke onderscheiden hoorders teekent Art. 9 ?

8. Mogen we tot elk mensch zeggen: Christus is voor u gestorven, neem Hem; aan als uw Heiland?

9. Is Openb. 3:20 een Evangelisatie-woord of een Reformatie-woord ?

Bronnen.

Behalve de reeds genoemde: Calvijn's Institutie II, 2, 12 e.v.;

Bavinck, Magnalia Diei § 12 en 20; Kuyper, Uit het Woord, 111,3.

Sluiten