Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heilige oefening van een goede consciëntie en van goede werken". De Heilige Geest, Die de Auteur der Schrift is, geeft vat aan de beloften der Schrift, zoodat het geloof met di'e beloften werkzaam wordt; de in hem wonende Geest verlicht hun verstand; zoodat ze het Woord verstaan en tot hun troost Gods beloften voor zichzelven aanvaarden; die Heilige Geest verbindt de werkzaamheden hunner ziel zóó aan Gods beloften, dat zij daardoor een getuigenis in hun hart hebben van hun zaligheid; en dat getuigenis is te vaster, naarmate ze zich meer vastklemmen aan de beloften der Schrift. Er is dus harmonie, wisselwerking tusschen het getuigenis des Geestes in het hart en in de Schrift. Voorts „uit de ernstige en heilige oefening van een goede consciëntie en van goede werken". Door de zonde vast te houden en door een slordig leven worden 's Geestes werkingen in het hart tegengestaan en de zekerheid der zaligheid geschonden; maar als we er biddend-wakend naar staan met een teere consciëntie voor God te leven en naar Zijn wil oprecht te wandelen, mogen we rekenen op de vrucht der verzekering; ja, die goede werken zijn een bewijs van de oprechtheid des geloofs. (H. Cat. vr. 86).

Zoo werkt God dan de verzekerdheid door het Woord en de Sacramenten, aan welke middelen de geloovigen zich gehoorzaam hebben te houden in een getrouw, godvruchtig kerkelijk leven, want Christus heeft Zijn Kerk gesteld als een instrument tot bediening van de genademiddelen.

Hiermee worden aus afgewezen alle eigenwillige middelen, door het Methodisme van allerlei' slag voor en na uitgevonden. Het heeft daarmee wel meer onmiddellijk succes gehad, maar blijkens de geschiedenis weinig blijvenden zegen en vrucht, terwijl mede velen in een tijdgeloof verstrikt zijn geraakt. Wij mogen niet wijzer willen zijn dan God, Die Zelf in Zijn Woord de middelen heeft aangewezen, waardoor Hij het geloof wil wekken en versterken.

Zoo ontroerend schoon eindigt de Kerk haar belijdenis, als zij tegen alle openlijke en verborgen belagers van deze leer der volharding belijdt en roemt: „Maar de Bruid van Christus heeft haar altijd, als een schat van onwaardeerbaren prijs, zeer teeder bemind en standvastig verdedigd. En dat zij dit ook voortaan doe, zal God bezorgen: tegen Wien geen raad geldt, noch eenig geweld iets

Sluiten