Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertoefd, gaat Hij tegen bet Paaschfeest naar Jeruzalem en reinigt daar den tempel.

Joh. 2:12, 13. „Daarna ging Hij af naar Kapérnaüm; hij en zijne moeder en zijne broeders en zijne discipelen,

Watervaten

en zij bleven aldaar niet vele dagen. En het Pascha der Joden was nabij en Jezus ging op naar Jeruzalem."

Joh. 2 : 14—16. „En Hij vond in den tempel, die ossen en schapen en duiven verkochten en de wisselaars daar zittende. En een geesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte hij uit en keerde de tafelen om. Eu Hij zeide tot degenen, die de duiven verkochten: neemt deze dingen van hier weg: maakt het huis Mijns Yaders niet tot een huis van koophandel!"

In Galilea heeft Jezus aanvankelijk geen ander teeken gedaan dan dat op de bruiloft van Kana (Joh. 4 : 54). De teekenen van Luc. 4 : 23 vallen in lateren tijd; de Heiland heeft het eerst te Jeruzalem Zijn heerlijkheid

Sluiten