Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat alles geeft stof tot ootmoedigen dank, nietwaar?

Temeer daar er zoovelen zijn, die hunnen verbonds-God den rug toekeeren, om de goden dezer wereld te dienen, of op twee gedachten blijven hinken....

Ook worden wij, ouderen, door de openbare belijdenis der jongeren telkens weer in onze gedachten teruggeleid naar de ure, toen ook wij daar stonden voor het aangezicht des Heeren en in het midden van vele getuigen. Een liefelijke, opwekkende, misschien ook wel een beschamende herinnering....

Wat zal later deze ure voor u wezen, mijne jeugdige broeders en zusters ? Een liefelijke of een beschamende herinnering ?

Ik ontmoette onlangs een bejaarden broeder, die beweerde dat er later door de meesten al heel weinig aan hunne geloofsbelijdenis gedacht werd; anders zouden er niet zoovele ergerlijke dingen kunnen geschieden. En een oude zuster meende te weten, dat verreweg de meeste jonge menschen het deden uit sleur en gewoonte; zij meende dit te moeten opmaken uit hun later gedrag, dat in vele opzichten van zoo weinig ernst getuigde.

Nu schuilt hierin zeker een schromelijke overdrijving, die ten deele verklaard kan worden uit het pessimisme van den ouden dag en uit het aanleggen van een ongepasten maatstaf. Maar er is toch wel iets van aan. Er is soms wel véél van aan. Men wordt met menigeen teleurgesteld. Onderscheidenen wijken af, of stellen hun gansche leven zich slap aan.

Niet dat wij op dit oogenblik reden hebben om aan

Sluiten