Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIET VELE WIJZEN, NIET VELE MACHTIGEN, NIET VELE EDELEN.

V.

„Niet vele wijzen, niet vele machtigen, niet vele edelen."

Eenigen tijd geleden ontmoette ik een jongeling uit den werkmansstand, die bezig was van trede tot trede de maatschappelijke ladder op te klimmen. Hooger klimmende op de maatschappelijke ladder was hij evenwel naar omlaag gegaan wat het geloof betrof. Hij kon dien Bijbel en dat christelijke geloof niet meer zoo aannemen. En waarom niet ? Omdat hij van de innerlijke onwaarheid van Bijbel en Christendom was overtuigd geworden ? Och neen; zoon diep onderzoek had hij niet ingesteld. Maar hij zag op de menschen. En dan merkte hij dat de meeste voorname en geleerde en ontwikkelde menschen er niets van wilden weten. En nu ging hij ook met dien grooten hoop mee. Eerst schoorvoetend, straks meer vrijmoedig. Zoodat hij weldra zich geneerde om nog met dat ouderwetsche geloof voor den dag te komen en bij die achterblijvers gerekend te worden. Ook was hij blijkbaar bang dat dit hem in zijn loopbaan zou hinderen.

Zou dat jonge mensch de eenige zijn die zoo denkt en doet? Of één slechts uit weinigen?

Ik vrees dat het aantal der zoodanigen legio is.

Ook gij, die dit leest, kunt gevaar loopen om in zulk een strooming te komen en door haar meegesleept te worden, en dan ontrouw te worden aan uwe belijdenis.

Want het is moeilijk om tegen den stroom op te roeien,

Sluiten