Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. ONS GELOOF IN GOD

Onze Broederschap is een kerkgenootschap, dat het Evangelie belijdt. Het Evangelie belijden wil ook altijd zeggen: het geloof in God belijden. In onze vrijzinnige geloofsopvatting wil het dat zelfs in de eerste plaats zeggen! Het is heerlijk, volmondig te kunnen belijden: „wij gelooven in God".

Wij weten echter ook, hoe uiteenloopend de voorstellingen zij n, die menschen zich van God maken. En... hoe verschillend de plaats is, die zij praktisch aan God toekennen. Hoe staan wij daar tegenover in ons kerkgenootschap ?

Er is een antwoord op die vraag, gelegen in den naam die onze gemeenten dragen: Remonstrantsch Gereformeerd. Die naam bedoelt, dat wij, Remonstranten, ons een deel weten van het Gereformeerde Protestantisme, d.w.z. van dien vorm van het hervormde christendom, die zich dichter aansluit bij het Calvinistische dan bij het Luthersche type. En dat beteekent, dat ook wij, Remonstranten, in God gelooven als den volstrekten Souverein, den Koning der Koningen, „in Wiens hand onze tijden staan". *) Dit geloof in Gods grootheid en almacht, het besef van Hem alleen, altijd en overal te moeten dienen, Zijn Eer te zoeken, en alle dingen in dit leven uit dezen Oorsprong te moeten afleiden, en tot Zijn Heerlijkheid te moeten terugbrengen — dat geloof en dat besef verbinden ons met al wat gereformeerd protestantsch is.

Maar remonstrantse h-gereformeerd zijn, beteekent bovendien, deze souvereiniteit Gods te belijden in vrijheid.

Dat zinnetje sluit vele vragen in, die ons echter thans alleen bezig houden voorzoover zij ons Godsgeloof raken. Zoo komen wij ertoe, ons geloof in God nog wat nader te omlijnen. Wij vragen dan allereerst: waaraan ontspringt ons geloof in God? Antwoord: aan Gods openbaring in ons hart. Niet de mensch heeft het eerste woord, maar God. Wij kunnen wel verlangen naar eeuwigheid, heiligheid, liefde; maar eerst als God zich aan ons openbaart, dan wordt dat verlangen tot geloof. Deze zelfmededeeling Gods aan ons is het grondgeheim van allen godsdienst, de bodem waar alle vroomheid in wortelt. Alleen wie deze ervaring kent, kan God b e 1 ij den. Maar die mensch kan dat dan ook niet nalaten. Men kan dat ook aanbidden noemen, gedachtig aan de omschrijving, die onze Tiele 2) gaf: „het wezen van alle godsdienst is aanbidding". Wij waardeeren de godsdienstige belangstelling van allen, die ernstig tot ons komen. Maar

1) Ps. 31 : 16.

2) C. P. Tiele, 1830—1901 predikant onzer Broederschap, hoogleeraar in de godsdienstgeschiedenis.

Sluiten