Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlaswiek niet uitdooft" èn tot den brand van verzet tegen alle onwaarachtigheid en ondermijning van heilige levenswaarden; tot een leven dat het zichzelf vergetende helpen van den naaste kent èn dat gedoopt is met Heiligen Geest en met vuur; tot het trouwe en volhardende werken met de talenten, die de Heer ons heeft toevertrouwd èn tot die genade der onbezorgdheid, die het deel is van hen, die éérst Gods Koninkrijk zoeken en de gerechtigheid die Hem behaagt, en dan al het andere zich zien toegeworpen.

Zoo is hij de leidsman tot en voleinder van een leven, dat Gode en menschen gewijd en dienstbaar is. Alle zachte en sterke krachten van leven zijn werkelijkheid geworden in Jezus Christus, alle tegenstellingen zijn in hem tot eenheid samengegroeid. Hij kent den Engelenzang van Bethlehem en de verzoekingen van den duivel in de woestijn; de glorie van de verheerlijking op den berg en de ontzetting van Gethsemané; de duisternis van Golgotha en het stralende licht van den Paaschmorgen. Leidsman en voleinder van wat onder menschen aarzelend en onvolgroeid wordt gekend: Ecce Homo, ziet den Mensch!

* , *

*

Twee groote beginselen zijn ons in het Evangelie van Jezus Christus gebracht. Het eerste is: God is Liefde. Het tweede is: Gods Koninkrijk komt.

Over het eerste schreven wij reeds boven: Het Evangelie stelt als het „Groote Gebod": Gij zult liefhebben den Heer Uw God met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand, en gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven1), en grondt dit op de Genade: God heeft ons lief. De eeuwige, alomvattende, alomtegenwoordige Geest is niet een wijsgeerig begrip, een onpersoonlijk levensbeginsel, nog minder een blinde macht. Gods wezen, hoezeer onkenbaar en boven alle begrip en denken uitstijgend, is nochtans in het Evangelie ons kenbaar gemaakt in het beeld van den Vader, met Wien wij verwant zijn, tot Wien wij in eerbied en vertrouwen opzien, uit Wien ons toestroomt liefdevolle genade en trouw. Hier ligt — zooals gezegd — het begin van het christelijk geloofsleven. De Vader, die wacht op den terugkeer van den verloren zoon, vraagt niet naar wat de zoon heeft gedaan of gedacht, maakt zijn liefde niet afhankelijk van bepaalde daden of gezindheden. In Zijn Liefde is de genade voorondersteld. Evenzeer is daarin voorondersteld de trouw: God wil voltooien, volledig maken; Gods liefde is volmaakt en zal te niet doen hetgeen ten deele is.

1) Matth. 22:37—39.

Sluiten