Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de „levende" gemeente in nauw contact.

Gemeentelijke maand- en weekbladen houden de gemeenteleden op de hoogte van wat er in Broederschap en wij deren godsdienstigen kring aan belangrijke dingen gebeurt. De Broederschap zelve heeft haar tweemaandelijksche periodiek „Uit de Remonstrantsche Broederschap" onder redactie van Ds. N. Blokker te Vlaardingen.

* * *

Ten slotte moge hier nog worden vermeld een merkwaardige passage uit het voorbericht voor den eersten druk van het heden nog vigeerende Algemeen Reglement. Hier staat, geschreven in 1879, het volgende:

„Bij de beraadslagingen over Art. 1 deed een lid der Vergadering het voorstel, om in dat grondartikel duidelijk te doen uitkomen, hoe zeer de Broederschap, ofschoon zij om goede redenen de in 1861 aangenomen benaming van „Kerkgemeenschap" liet varen, daarom niet minder zich van haar levende betrekking tot de Christelijke gemeente aller tij den en plaatsen, met name ook van haar oorsprong uit en haar blijvende verwantschap met de Nederlandsche Hervormde Kerk der zestiende eeuw bewust is en blijven wil. De Vergadering echter, ofschoon met de strekking van dit voorstel hoogelijk ingenomen, was van oordeel, dat een dergelijk getuigenis omtrent het historisch bewustzijn der Broederschap in een reglement niet tehuis behoort, maar droeg aan de Commissie op, in dit voorbericht dat bewustzijn krachtig uit te spreken. De Commissie heeft gemeend door de eenvoudige vermelding van het feit het best aan dezen last te voldoen."

Eenvoudiger en waardiger kan het al niet. De Broederschap heeft haar zelfstandig bestaan misschien in vroeger tijden meer betreurd dan tegenwoordig, nu heel de constellatie van het kerkelijke leven haar heeft gemaakt tot een zuiver vrijzinnige geloofsgemeenschap. Geen Remonstrant zal op 't oogenblik verlangen naar opheffing der Broederschap. Maar zij wil zich ook niet in zelfgenoegzaamheid isoleeren: zij weet zich historisch verbonden aan de Ned. Herv. Kerk; zij weet zich deel van de heilige algemeene Christelijke Kerk, en zij blijft zich bewust van haar taak in de wereld.

Naar de mate harer krachten — dus ook met een beroep op al hare leden — wil zij God vereeren en Hem dienen, wil zij groot zijn in alles, waarin ook een klein kerkgenootschap groot kan wezen.

W. J. WEGERIF.

Sluiten