Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vraag 3. Hoe verklaart ge het samengaan van de Staten van Holland met het Engelsche parlement? (Uit een staatkunding oogpunt . en uit een practisch oogpunt).

„ 4. Welke Oranjevorst komt het meest met Willem II overeen? 5. Wat was de Loevesteinsche factie en hoe kwamen ze aan dien naam? (Verschil tusschen factie en partij).

„ 6. Waarom gaf Amsterdam zich zoo spoedig over?

7. Welke gevolgen had de dood des Prinsen?

„ 8. Was er ook iets verkeerds in het optreden van Willem II?

XXXIII. De Staatspartij tijdens onze Republiek.

De Stadhouderlijke en de Anti-Stadhouderlijke Partij.

Belang van dit onderwerp: door de kennis dier partijen en hare beginselen krijgt men eerst een juist inzicht in de beweegredenen voor hare handelingen. Bij het beschouwen dezer partijen in haren onderlingen strijd, komt men gedurig in aanraking met de kerkelijke toestanden. Dit kan nooit anders en is ook bij andere volken zoo.

Men denke slechts aan de Roomschgezinde partij en aan die der Hugenooten in Frankrijk; aan de koningsgezinde en de parlementspartij in Engeland; aan den Platz in Duitschland met zijn Calvinistische richting tegenover Saksen met zijn Luthersche ideeën. Overal staan die partijen in verband met den godsdienst. Geen wonder, dat dit in ons land ook zoo was: immers de oorsprong onzer Republiek lag in de kerkreformatie.

Onder verschillende namen komen de twee bovengenoemde partijen voor: ze heeten ook wel de Prinsgezinde en de Patriottische parlij (vooral in de 2e helft der 18e eeuw) ook: Oranjepartij en die der Regenten. Tijdens het Twaalfjarig Bestand hadden die partijen de namen van contra-Remonstranten en Remonstranten. Wat het wezen der zaak aangaat, hebben we nog dezelfde partijen in ons Vaderland, maar ook nu weer anders geschakeerd.

Er is groot verschil tusschen een partij en een factie. We willen dit verschil hier even aangeven, omdat in onze geschiedenis soms ook van factie gesproken wordt. Men denke slechts aan de Loevesteinsche factie. Een partij is een gesloten lichaam van personen, vaar vaste beginselen hendelende en met een bepaald doel. Een factie kuipt naar persoonlijke inzichten, omdat zij persoonlijk belang stelt in de plaats van algemeen belang.

Vooral twee facties kent de geschiedenis onzer Republiek: de Loevesteinsche factie 1650 (de gevangenneming van de welbekende h. h. Jacob de Witt, enz.) en de Bickersche factie van 1623—1652, onder Andries Bicker, burgemeester van Amsterdam, navolger van Oldenbarneveld, voorlooper van Jan de Witt.

Wat wilde de regentenpartij?

Zij bedoelde:

1. De Kerk onder den Staat te brengen.

Sluiten