Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tijd mijner ontbinding is aanstaande.

Maar in eens boven elke depressie uit: Voorts is mij weggelegd de kroon, welke de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij in dien dag geven zal.

Dat is de belofte des levens. Eeuwen na hem klaagt de 90-jarige Vondel, dat hij geen zin heeft in den dood. En zijn nichtje Agnes Block vraagt: heeft u lust in het eeuwige leven? Ja, dat wil hij, en hij leeft weer op om dat te bereiken.

En nu schrijft Paulus aan Timotheus, zijn geliefd „kind", dat toch in 't Grieksch inniger klinkt dan „zoon". Hij is een man, wiens jonkheid niemand moge verachten, dien Paulus aan 't hoofd weet te stellen en die belangrijke opdrachten te volvoeren heeft. Maar voor den grijsaard blijft hij een kind, op zijn eerste reis in Lystre gewonnen, op zijn tweede vandaar meegenomen op de oneindige zwerftochten van het wijde zendingsveld.

Zijn groet is een zegen. Wat is onze groet? Een vorm. Hier is de vorm volgeladen met

Sluiten