Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een huis met fundament.

Een huis met huisraad, met gouden, zilveren houten en aarden voorwerpen, vaten, natuurlijk met allerlei bestemming, hooge en lage.

Dat is een kant der waarheid waaraan niets te doen is. Maar vrs. 20 geeft het beeld een wending: in een slordig huis kunnen zich afval of prullen in de schoonste dingen bevinden. Men moet zich rein houden van ketters en ketterijen en men is gereed om door God gebruikt te worden tot passend doel. En nu komen daartoe enkele duidelijke vermaningen bijv.: vlied de begeerlijkheden der jonkheid. De bedoeling is niet: te waarschuwen tegen zinnelijkheid en sexueele zonden, want deze zijn niet uitsluitend eigen aan de jeugd.

Ook niet genotzucht, of lust tot verandering of dergelijke, want het gaat er hier om een jong mensch te waarschuwen, die tegelijk geestelijk leider is.

Deze jeugdige begeerlijkhedén zijn dus de zonden die als een vanzelfsheid opspruiten,

Sluiten