is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderdoop

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nigen; van ouds heeft men den doopeling in hel water doen ingaan en ingedompeld, waardoor hij scheen onder het water gedood en begraven te worden, doch wederom opkomende uit de dooden op te staan; en zoo werd hij geheel gereinigd."

Mosheim, Gieseler, Du Pin, Waddington en Neander zijn algemeen bekend als kerkelijke geschiedschrijvers, eu zij allen stemmen hierin overeen, dat voor dertien honderd jaren na Christus de indompeling het algemeen gebruik geweest is, waarvan men niet afweek dan alleen bij zieken, aan wie op hunne ziek- of doodbedden een nooddoop toegediend werd, de clinische doop genoemd, omdat men geloofde dat de doop absoluut noodzakelijk was tot zaligheid. Het eerste geval hiervan dat ons bericht wordt, is dat van Novitianus, omtrent het midden der derde eeuw, die op zijn bed met eene groote hoeveelheid water overgoten werd, om daardoor eene indompeling aftebeelden ; toen hij echter legen verwachting weer beter geworden was en men hem het ambt van bisschop wilde opdragen, waren velen er tegen omdat hij niet recht gedoopt was. En hoewel dit voorbeeld herhaaldelijk in zulke gevallen gevolgd werd, bleef nochtans de indompeling het algemeen gebruik, totdat de lioomsche Kerk, in den stikdonkeren nacht des Pausdoms, langzamerhand de besprenging invoerde. Maar dat gedeelte der zoogenaamde Christenheid, dat de oppermacht van den Paus nimmer erkend heeft (de Grieksche Kerk) heeft de besprenging nooit aangenomen, maar doopt tot nog toe bij indompeling. De Rooiusche Kerk beweerde echter toen en ook nu niet, dat de besprenging overeenkomstig het bevel van Christus was, maar dat de Kerk de macht had de instellingen van Christus naar goeddunken te veranderen! Christus heeft echter deze macht aan zijne gemeente niet verleend, (veelmin aan „de Kerk," die groote hoer, die voorgeeft de bruid des Lams te zijn, maar dronken is van het bloed der heiligen, Openb. 17). Christus is het hoofd Zijner gemeente, en zij is Hem onderdanig in alle dingen. Aan Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde, en Hij heeft Zijne gezanten bevolen : „Leert hen onderhouden alles wat Ik u bevolen heb" Om derhalve in weerwil van Zijn bevel, deze verandering van Zijne instelling goed te keuren of te verdedigen, staat gelijk met de verwerping van het gezag van het Hoofd der gemeente, en dat van den Paus daarvoor te erkennen! En wil men beweren, gelijk velen doen, dat deze verandering niet afdoet aan het wezen of de beteekenis der zaak — dan mag dit van de kinderbesprenging waar zijn, want het wezen daarvan is inbeelding en de beteekenis eene hersenschim — maar door dit van den door Christus ingestelden doop der geloovigen te zeggen, werpt men eenen blaam op de wijsheid van Hem, „in denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn,"