is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderdoop

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloofd zal hebben zal verdoemd wordenhen gebiedende om vervolgens deze discipelen of geloovigen te leeren onderhouden alles, wat Hij hun geboden had, en heil daarenboven belovende, dat Hij met hen wilde zijn, tot aan de voleinding der wereld.

Met zulke eenvoudige en duidelijke instructien schijnt het bijna onmogelijk, dat er verschil zou zijn onder de Christenen omtrent de personen, die gedoopt en als leden der gemeente van Christus erkend moeten worden ; maar de groote meerderheid vau hen, eene inzetting aangenomen hebbende (de kinderdoop genaamd), waarvoor zij noch bevel, noch voorbeeld in het Nieuwe Testament vinden kunnen, gaan terug tot omtrent tweeduizend jaren vóór de instelling des doops, tot het verbond der besnijdenis *) hetwelk door God aan Abraham en zijn natuurlijk zaad gegeven is, om daaraan het noodige gezag voor deze inzetting te ontleenen. Zij beweren, dat dit het Genade-verbond is, of een deel vau hetzelve; en dat Gods volk in den ouden dag, (Israël) eenzelvig is met de gemeente van Christus in de Nieuwe bedeeling, en dat derhalve liet Oude verbond nog van kracht is in de gemeente van Christus, en zal blijven, tot aan het einde der wereld, de uitwendige plechtigheid, de besnijdenis, vervangen zijnde door den doop. Gevolgelijk, de besnijdenis werd aan zuigelingen toegediend, zoo moet ook de doop aan zuigelingen toegediend worden ; hieruit volgt verder, dat gelijk het lidmaatschap van zuigelingen een bestanddeel der Joodsche kerk was, het eveneens een wezenlijk bestanddeel der gemeente van Christus is.

Om nu tot de zekerheid te geraken of deze stellingen houdbaar zijn, heb ik voorgenomen, een zorgvuldig onderzoek in het werk te stellen omtrent het verboud der besnijdenis — en dat zoo beknopt mogelijk, maar met alle nauwkeurigheid, bij het licht, dat door het Woord Gods op hetzelve geworpen wordt Het onderzoek zal zich uitstrekken over den aard van dat verbond, den aard der

*) Het zal noodig zijn, hier de reden aan te geven, waarom wij dezen titel gekozen hebben, in plaats vau „Het verbond met Abraham." Wij deden dit in de eerste plaats, omdat het de schriftuurlijke benaming is, (Hand 7 : B) en wij meenen daaraan de voorkeur te moeten geven, want „die spreekt, spreke als ie woorden Gods." Teu tweede, omdat het nauwkeuriger is, eu wij weuscheu daardoor verwarring te voorkomen met een ander eu beter verbond, dat met Abraham (niet gemaakt, maar) bevestigd is, n 1. het Veroond ïu Christus. De Schrift spreekt zeer duidelijk vau iwee verbonden, eu twee gausch verschillende volken, waarvan Abraham tot een vader gesteld is ; een volk dat naa r het vleesch uit zijne lendenen zou voortkomen, en waaraan het verbond der besnijdenis gegeven werd, en een geestelijk volk, de geloovigen, die uit kracht van het genadeverbond, de besnijdenis des halten, in den geest, ontvangen.