is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe word ik behouden voor de eeuwigheid?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij het ook nog eens sterker: „Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den naam des Zoons van God, opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt" (1 Joh. 5 : 13).

Gelooven is weten en verzekerd zijn.

XIV.

ALLE DINGEN ZIJN GEREED.

Onder de gelijkenissen, die de Heiland gebruikte om den Joden het begrip van het Evangelie nader te brengen, is er ook een van „het groote avondmaal". „En hij zond zijn dienstknecht Hit ter ure des avondmaals om den genooden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed" (Luk. 14 : 17). Het gereed zijn van dat avondmaal gold niet alleen genooden, maar ook hun, die in de wegen en heggen waren; armen, verminkten en kreupelen, dus menschen van allerlei aard ( : 23). Het was de bedoeling, dat het huis vol zou worden ( : 23).

Nu lezen we in deze gelijkenis wel van allerlei verontschuldigingen door de genooden, maar er was toch geen enkele steekhoudende bij; ze kwamen alle neer op een hooger waardeeren van stoffelijke dingen dan de noodiging tot het avondmaal.

Als de lezer, na deze brochure gelezen en met den Bijbel vergeleken te hebben, er ook nog niet toe besluit om zich door een geloofsdaad aan Christus over te geven, dan kan hij maar één eerlijk argument aanvoeren, n.1.: „Ik wil niet." Niemand kan op eenigen Bijbelschen grond zeggen: „Ik kan niet; God heeft dit voor mij niet mogelijk gemaakt." De Schrift zegt: Alle dingen zijn nu gereed. Daarin treffen twee woorden bijzonder: „alle" en „nu". Alles wat er voor noodig was, is gedaan: alle dingen zijn gereed. En het woordje „nu" zegt ons, dat die gereedheid niet meer toekomstig is; er behoeft niet meer gewacht te worden: alle dingen zijn nu gereed. Alles wat voor onze behoudenis noodig was te doen, is volbracht.

Christus heeft door Zijn Bloed aan Gods eisch der rechtvaardigheid voldaan en daardoor ons behouden