is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vaste fondament Gods en zijn zegel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dende kerk heerschende grondbeginsel der ongerechtigheid in het licht stellen, en tevens aan te toonen, hoe belangrijk het zegel is, dat op het vaste fondament Gods is gedrukt, en waardoor de getrouwheid te midden van het verval gekenmerkt wordt. „Ieder die den naam des Heeren noemt, sta af van ongerechtigheid."

Het verval der kerk kan de verantwoordelijkheid ten opzichte van persoonlijke getrouwheid voor den enkelen geloovige niet opheffen. Zoo weinig als het vaste fondament Gods door de ontrouw der menschen of door welke vijandige macht ook kan geschokt worden , even weinig kan ook het beginsel van afscheiding van het booze door wat ook opgeheven worden. Wij moeten ons, zoowel uitwendig als inwendig, van het booze scheiden, indien ons althans de eer des Heeren aan het harte ligt, en wij op zijne erkenning rekenen. De Apostel vergelijkt de Gemeente op de aarde met een groot huis, waarin zich niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden bevinden; sommigen tot eer, maar sommigen tot oneer; en hij knoopt daaraan de vermaning vast: „Indien dan iemand zichzelven van dezen reinigt, die zal een vat zijn tot eer, geheiligd, bekwaam tot gebruik des Meesters, tot alle goed werk toebereid." Dit is de uitwendige scheiding. En dan vervolgt de Apostel: „Maar vliedt de begeerlijkheden der jonkheid, enz. enz.;" dit is de inwendige scheiding. Deze woorden geven den dienaren des Heeren een duidelijke en heldere onderwijzing.

Hoe klaar en duidelijk, eenvoudig en beslist dit