is toegevoegd aan uw favorieten.

Drieërlei lijdenstoestand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezang 58:1,7.

Twijfling zwijg, zwijg bange smarte!

God, die trouw is, is mijn vrind,

En zijn Geest zegt aan mijn harte,

Dat ik eeuwig ben Gods kind.

Vrees voor straf doet mij niet sagen,

Wil mijn hart mij al verklagen,

Nogtans vat ik moed in smart;

God is meerder, dan mijn hart.

Ruwe stormen mogen woeden,

Alles om mij heen zij nacht,

God, mijn God zal mij behoeden,

God houdt voor mijn heil de wacht.

Moet ik lang zijn hulp verbeiden,

Zijne liefde blijft mij leiden:

Door een' nacht, hoe zwart, hoe dicht,

Voert Hij mij in 't eeuwig licht.

3. Als dat waar is, dan kan de mensch. veel dragen, Lang verbeiden. Maar dan moet Hij ook met Jezus de lijdensscliool geheel door en den derden lijdenstoestand bereiken, uitgedrukt in dat: Vader! verheerlijk uwen naam! Ziedaar de uimmer ontbrekende heerlijke harmonie, waarin zich elke voorbijgaande schijnbare wanklank van zijn zieleleven oplost.

Jezus komt van de ontroering zijner ziel tot rust in eenswillendheid met God. O, in dat woord ligt het geheim van zijn vrede, van zijne kracht! In deze wereld vol nevelen eu hinderpalen op onzen weg, vol stormen en onweders boven ons hoofd, vol stormen en onweders binnen in ons; in deze wereld vol zonde en teleurstelling en miskenning, vol smart en pijn en dood, komt een mensch nooit tot rust, zoolang God niet de poolstar is op zijn nachtelijken tocht aan den duisteren hemel, zoolang God niet is het anker,