is toegevoegd aan uw favorieten.

De christen, behouden in de hoop, afwachtende met volharding

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoonen, triumfeert het, of maakt liet, dat het althans gevreesd wordt. „Buig of vlugt!" zoo spreekt het en het wordt gehoorzaamd. Men buigt of men vlugt. Ziet eens, wie de prediking van het niets ontziende, van het alles openbarende, van het voor den zinnelijken, in eigen oogen regtvaardigen, wereldsgezinden zondaar, verschrikkelijke Evangelie ontvlieden! Gij weet, wie zich door de vlugt redden, als het scherpe zwaard des krijgsmans dreigt. De vreesachtigen. Wie vlugten voor het woord der waarheid, dat als een scherp zwaard nederkomt? Zij, die den moed niet hebben, om de waarheid in het aangezigt te zien, om zich door God de waarheid te laten zeggen. Zij vermijden de prediking der waarheid — om hunne conscientie. Zegt gij, dat men des krijgsmans zwaard te regt ontwijkt, wanneer men er niet tegen gewapend is, wij antwoorden : indien men tegen de waarheid niet gewapend is, dan wapene men zich, of geve zich gewonnen. Staat ons toe, naar Gods wil en niet naar den mensch tot u te spreken en wapent gij u met al het geen u tot schild kan verstrekken; maar vlugt niet voor het Evangelie, dat gij, zoo gij u heden verwijdert, morgen met geopende armen ontvangen zult, als gij inziet, dat gij zonder Jezus Christus reddeloos verloren zijt. Ziet gij dat heden in, gij dankt God voor dat inzigt, en zegt gaarne met ons: had het Evangelie zich naar ons geschikt, wij waren in de zonde gebleven; nu het, als Gods woord, onverbiddelijk en getrouw, niet naar den mensch gesproken heeft, hebben wij er ons behoud aan te danken!

En als wij nu door het Evangelie gekomen zijn tot Jezus Christus, als wij gebragt zijn tot het volgen van Hem, die in geenen deele naar den mensch is, al spreekt Hij ook geheel naar des menschen bevatting en behoefte, hebben wij dan de herinnering, dat zijn Evangelie niet naar den mensch is, niet meer noodig? Weten wij dat dan wel, en wel zoo, dat wij het nimmer vergeten, zoo, dat niet op den eenen of anderen dag tot onze groote