is toegevoegd aan uw favorieten.

Bewaart uzelven in de liefde Gods

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nochtans, waar de oprechte vreoze Gods wordt gevonden ligt tocli onder dat alles ecne hoogachting van Zijn aanbiddelijk Wezen en van al Zijne deugden.

Allicht zullen er ook onder ons zijn, die denken: „Ach, mocht ik eens gelooven, dat ik een voorwerp ware van de liefde Gods!' — die zouden willen gelooven, maar het wordt hun hard en fel bestreden. Zij zien steeds naar beneden, ze hebben altoos de snoodheid'en goddeloosheid hunner gevallene, verdorvene natuur voor oogen en Satan laat niet na hen voortdurend daarop te wijzen.

Laat mij eens vragen, mijn br.: Denkt ge wel genoeg aan zooveel, dat u hope kan geven, aan hetgeen de Heere al voor u en aan u gedaan heeft? Heeft Hij niet inden H. Doop aan uw voorhoofd verzegeld, dat Hij uw genadige ^ adei wil zijn ? Heeft Hij u niet in de gemeenschap Zijner Iveik gebracht, onder de aanbieding Zijner "enade en zaligheid in het Evangelie? Heeft Hij u niet menigmaal ernstig en welmeenend Christus aangeboden met al do volheid Zijner genade om niet? Toen gij in uw nood tot Hem riept, heeft Hij nimmer uw gebed verhoord? Nimmer u getoond, hoe Hij verlossen kan ? Heeft Hij niet gezworen, dat Hij geen lust heeft in uw dood, maar in uwe bekeering en uw leven ? Geeft ge wel genoegzaam acht op Zijne leidingen met u? Heeft Hij geene wegen afgesneden, waar gij op wildet, doch waarin uwe ziele zou zijn verdorven, en andere wegen voor u geopend, die gij niet op wiidet, maar die bij de uitkomst bleken gezegende wegen vooi u te zijnIs Hij u niet nagegaan, waar ge ook heengingt, mot Zijne trouwe waarschuwingen, vermaningen en roepstemmen? Maakt Hij u niet bekend met wat daar voor boosheid woont in dat diepe hart, opdat gij zoudt leeren, waartoe ge Jezus noodig hebt? Opdat Hij u dierbaar, u alles zou worden.

Merk dan op de teekenen Zijner Genadige bemoeiing met u, bedroef de Geest des geloofs niet door toe te geven aan de harde gedachten van het zieiverwoestend ongeloof, hoor naar 's Heilands woord: „Zijt niet langer ongeloovig, maar geloovig."