is toegevoegd aan uw favorieten.

Bewaart uzelven in de liefde Gods

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twisting of ijdele eer wierden daar —• zoover ik mij herinner — gehoord. Gods genade zij daarvoor geloofd! Blijft gemoedigd voortgaan in uw treffelijk werk. Dat ge 't moogt verrichten in afhankelijkheid van 's Heeren Geest, veel ziende door het geloof op Christus' schoone aangezicht, om uit Zijne volheid te ontvangen genade voor genade tot al, wat ge behoeft tot uwe roeping en de gestalte, waardoor Hij verheerlijkt wordt. Steeds siere u dat eerste sieraad van een ambtsdrager, de ootmoedigheid, die een voetstap achterlate: „Niet ik, maar de genade Gods, die met mij is", — niet: „Ik ben de man", maar: „Christus is het alleen." — Wanneer, wat God geve, weldra een opvolger mijne plaats inneemt, blijft dan der gemeente, die zoozeer op u ziet, steeds een voorbeeld in het eeren van het bestel Gods, Die u door de beide dienstknechten, welke Hij u schenkt, iets heeft te zeggen en te geven, en bewaart uzelven in de liefde Gods.

Broeders Oud-kerkoraadsleden, hier tegenwoordig, — met u saam te werken in broederlijke gemeenschap was mij steeds een genot. Gij zult eene plaats behouden in mijne liefde. Ook u dank voor alle steun en harteljjkheid, mij verleend en betoond. God geve u genade om buiten den Kerkeraad Aiirons en Hurs te zijn, die door uwe gebeden de handen der dienaren en voorgangers ophoudt, opdat Amalek, liet rijk der duisternis, veld verlieze, en Christus en Zijn Woord en volk het veld behoude en ge in een biddend leven uzelven moogt bewaren in de liefde Gods.

Broeders Kerkeraadsleden, door onze Zusterkerk herwaarts afgevaardigd; uwe tegenwoordigheid bij deze gelegenheid waardeer ik zeer. Wilt mijnen dank daarvoor aan uw Kerkeraad overbrengen. Zij uwe tegenwoordigheid profetie van eene spoedige, volkomene éénheid, opdat de wereld haar moge zien en Christus verheerlijkt worde. Wij hebben elkander zóó noodig, om door het onderling geloof te worden gesterkt, zoo het uwe als het onze. Laat ons dan van het schepsel afzien, vergeten hetgeen achter is en ons uitstrekken naar hetgeen vóór is, jagende