is toegevoegd aan uw favorieten.

Een vijftal stellingen in betrekking tot de zondagsschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen en jongedochters, die zich ontfermden over de verwaarloosde en in volslagen onkunde van den Christus Gods opgroeiende kinderen. Dat gaf God hun in ter redding. Ja, dat is in den geest van art. 28 der belijdenis. Van den Heere is het geschied en het is wonderlijk in onze oogen.

Na dit zeer breede historische betoog roepen wij dan ook uit: De Zondagsschool is als kind van haren tijd, als geboren uit dien nood, onder Gods aanbiddelijke regeering in het aanzijn geroepen, dus uit den Heere onzen God.

Naar zijn vrijmachtig bestel verkoor Hij haar, naar luid der geschiedenis, ter stuiting van den alles overweldigenden stroom uit den afgrond en ter herovering van de jeugd, waardoor de boozen zich de toekomst verzekeren wilden.

Het terrein van aanval was zoo als wij ons door ons historisch betoog herinnerd hebben en gelijk wij weten, ten slotte en ter verzekering van de toekomst ... de jeugd. En nu heeft, naar de historie ons leert, de Heere het in 'thart gegeven dergenen die uit Hem geboren waren, of met nieuw geestelijk leven begiftigd werden, om meer dan ooit te voren de kinderen op te zoeken, te verzamelen, met het Woord Gods bekend te maken en onder den zegen Gods voor Christus te winnen.

Uit de actie van den geest uit den afgrond werd ed reactie geboren, door de genade die van Boven over enkelen werd uitgestort. Op het terrein van aanval leverde God om zijns Naams wil en ter redding en behoudenis, den vijanden slag, door de belijders, wien Hij ontferming gaf over en die Hij wees op de kinderen, die verwaailoosd en ten eenemale van God vervreemd werden. In