is toegevoegd aan uw favorieten.

Het 1000-jarig rijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe dit ook zij, als Johannes deze categorieën samenvoegt, zegt hij : „Deze is de eerste opstanding". — Waarom de eerste opstanding! Omdat het hier zielen geldt die herleefd waren.

Wie dan ook Openb. 20:4, 5 over de opstanding onbevooroordeeld leest, kan moeilijk tot het besluit komen, dat hier zou gesproken worden van een opstanding uit den dood der zonde. Zij, die onzen tegenwoordigen tijd beschouwen als het „D. J. Rijk", zouden uit deze verzen dan ook moeten maken, dat gedurende dit tegenwoordige „D. J. Rijk" de dooden

uit hun zondeslaap opstaan alsof een geestelijke

opstanding een speciale gebeurtenis van het D. J. Rijk is. — Dit geschiedde immers ook vóór dien als de menschen zich bekeerden ?

Johannes zegt in vers 4 dan ook niet: „Ik zag in die duizend jaren de geloovigen opstaan uit hun zondeslaap", zooals dit door de anti-Chiliasten wordt geleerd, doch:

„Ik zag tronen en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus en om het Woord Gods, en die het beest en deszelfs beeld niet aangebeden hadden en die het merkteeken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hunne hand".

Johannes ziet deze opgestane zielen reeds aan het begin van het D. J. Rijk; en van hen allen zegt hij : „en zij leefden en heerschten met Christus de duizend jaren". — Als het D. J. Rijk begint, moet die opstanding dus reeds hebben plaats gevonden. —

Zij, die Openb. 20 gaan vergeestelijken en zeggen, dat nu de geloovigen met Christus heerschen, moeten, indien zij eerlijk zijn, met deze verzen wel wat verlegen zitten. Ook zij toch gelooven dat de Antichrist nog moet komen en aangezien wij, volgens hen, thans leven in het D. J. Rijk, komt de Anti-christ dus nè het D. J. Rijk. Maar hoe is het dan mogelijk dat degenen die door den Antichrist gedood zijn, omdat zij zijn beeld niet aangebeden en zijn merkteeken niet aangenomen hebben, thans reeds (ja,