is toegevoegd aan uw favorieten.

Italië-Abessynië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk als liet Abessijnsclie niet verwachten en wij, Europeesche christenen, hebben zeker niet het recht om dit te eischen (driedubbel wee en schande over het voorbeeld der „beschaafde" naties!), maar de Engelsche hoogleeraar Salter had gelijk, toen hij in een rede op het laatste Labour-congres zeide : „Wanneer de Abessiniërs hun wapens zouden weggooien bij den eersten Italiaanschen aanval, dan zou hun dat den moreelen steun van de geheele wereld verzekeren, en de Italianen in een zoo geïsoleerde positie plaatsen, dat zij blij zouden zijn, hun avontuur te kunnen opgeven." En indien Prof. Salter zich vergiste en onze grove wereld anders reageer en zou, dan zou toch de Hemel weten: hier is een volk, dat ernst maakt met het Evangelie en zich werkelijk richt op Gods Koninkrijk.

De weg moge voor velen onzer glad worden, maar wie èn de realiteit van den oorlog voor oogen houdt èn ziende blijft op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, die valt niet om, die glijdt niet uit, die wankelt niet. Die wordt gedragen door de kracht van dat Beginsel, waaraan hij zoo straks, in zwakke ure, nog twijfelde. Wat ook verandert, dit Beginsel blijft onveranderlijk van kracht. Het komt alleen aan op ons geloof. De beginselen, die daar tegenover staan, hoe practisch ze oppervlakkig bekeken ook schijnen, wijzen terug naar de barbaarschheid. Maar het Beginsel van Kerk en Vrede wijst naar een Toekomst, die de mensch — ook op aarde en in zijn aardsche verhoudingen — nooit uit 't oog mag verliezen, wil hij niet gruwelijk dwalen, doen dwalen, en mee schuldig staan aan den ondergang der wereld in toenemend wapengeweld en zich voleindigende schande.

Wij willen niet den vrede tot eiken prijs. Wij willen tot eiken prijs de Gerechtigheid! En wij kennen geen andere Gerechtigheid, dan die zich met het Evangelie laat verbinden.

Wij zijn er ons heel goed van bewust, dat wij op deze gebrekkige aarde en niet in Gods Koninkrijk leven. Maar wij mogen hier tegen dat Rijk niet ingaan, zijn komst niet verhinderen, zijn weg niet versperren. Wat God verbiedt, blijft verboden, onder alle omstandigheden. De uitkomst ligt niet in onze handen, maar in de hand van Hem, die door rouw en leed Zijn volk uitleidt naar Zijn toekomst.

Wij wenden ons tot Hem, die ons geweten heeft gewekt, die ons op den weg van Kerk en Vrede heeft geleid, en ons verder leiden zal, en wij bidden Hem: „Heer, wij gelooven! Kom onze ongeloovigheid te hulp!" G. J. HEERING.