is toegevoegd aan uw favorieten.

Het beest en de Roomsche afgoderij weer opnieuw verdedigd, doch ook weer opnieuw wedersproken en wederlegd naar Gods Woord, en tevens hier en daar ook aangewezen de gelijkmatige dwaasheid van den valschen profeet, ja, hoe deze hierin soms het beest nog overtreft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaligen bij de leer van Luther, bij die van Arius, Pelagins en Mahomed, en schrijft die toe aan nieuwigheidszucht, vleierij van Prinsen en Vorsten, en streeling voor den zinnelijken wellustigen en vleeschelijken mensch; maar waart gij niet blinder dan de blinde Farizeër Gamaliël, gij zoudt hierin de hand Gods erkennen, die door zoo geringe middelen zoo'n groot werk heeft uitgevoerd, en Rome en Spanje zoo dikwijls is tegen gekomen, dat de blinden zelve het zien konden, en uitriepen: God is Geus geworden.

Lasteren vriendlief, is licht te doen, maar bewijzen valt zwaarder, en gij zoudt even zoo goed der Apostelen bijval, aan dergelijke redenen kunnen toeschrijven, als die in de dagen der Reformatie.

Luther, Calvijn en andere Hervormers toch, hebben evenmin als de Apostelen door vuur en staal, door list of geweld hunne leer verspreid, gelijk Mahomed, Arius en Pelagius, maar door het zwaard van Gods Geest hebben zij het Beest, hetwelk zelf zijne beestachtige gedaante begon te zien, eene doodelijke wonde toegebracht.

Zij hebben evenmin als de Apostelen het vleesch leeren koesteren maar dooden, handen en voeten afkappen, oogen uitsteken enz. en een ieder toegeroepen: bekeert u en leeft, want waarom zoudt gij sterven?

Zij hebben gebouwd op hetzelfde fundament waarop de Apostelen gebouwd hebben, den uitersten hoeksteen, door ulieden in de daad verworpen, door ulieder behoud te zoeken, niet alleen bij en in hem, maar tevens bij uwe goede werken, heiligen, aflaten en dergelijke kramerij, in Gods woord onbekend of verworpen.

Zij zijn eenstemmig geweest in die drie hoofdstukken deizaligheid, n. 1. Hoe groot onze zonden en ellenden zijn, hoe wij er van verlost worden, en hoe wij Gode zullen dankbaar zijn, en hebben gemeenschappelijk verworpen niet alleen ulieden, maar ook met u Socijn en Armijn, en allen, die de genade en het werk vermengen; ronduit zeggende met Paulus: de genade is geen genade, of het werk geen werk meer.

Zij hebben evenals de Apostelen, zich het evangelie van Christus niet geschaamd, maar daarvoor geleden en gestreden tot den bloede toe, en in plaats van hun vleesch te koesteren;