is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan de vergadering der Classis Rotterdam, byeen op 3 September 1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v

VI

doende verantwoordelijk geacht worden voor zijn of haar daad, en hiernaar kan de kerkeraad met hen handelen.

Mogen zoo allerlei voorwaarden gesteld worden aan de kerkelijke "behandeling dergenen die lid zijn der N.S.E., niet uit het oog moet worden verloren dat ook het ontvangen van dit kerkelijk onderricht en vermaan aan de betrokkenen "bepaalde eischen stelt. Zoo "brengt het zich gewillig schikken daaronder met name mede dat deze leden der kerk zich tijdens dat vermaan voor het minst onthouden zullen van het voeren van eenigerlei propaganda voor de 1T.S.3. Deden zij dit toch, zoo zouden zij daarmede niet slechts getuigenis geven van den voortgang van hun verkeerden weg, maar tevens van een geringschatting van het tot hen gerichte onderricht en vermaan. Dit is met den ernst van het ambtelijk vermaan in strijd en stelt zelfs de vraag of er op dezelfde wijze mede zal moeten worden voortgegaan.

Tenslotte, ten aanzien van hen die wel gerekend kunnen worden te dwalen, zij het uit onkunde, zij het op grond van een vermeende vrijheid, doch daarnaast "bovendien nog openlijk propaganda voeren voor hun beweging, moet gehandeld worden met toezien niet alleen op het kwaad dat zij zelve doen, maar ook op het kwaad dat zij stichten. Zij maken vrijwillig hunne verantwoordelijkheid zwaarder en moeten zonder aarzelen ook daarnaar worden beoordeeld. Kun worde de eisch gesteld niet anderen te verleiden en zich zoo dubbel te bezondigen. De ergernis welke zij in de Gemeente des Heeren verwekken,