Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hypertrophische harten kan men ook krijgen door bij een dier een aorta-insufficientie te maken en deze dieren hierna gedurende enige tijd (70-100 dagen volgens de literatuuropgaven 72)) in leven te houden. Het maken van een aorta-insufficientie bij katten is een, technisch eenvoudig uit te voeren, ingreep, welke in het kort hierop neerkomt, dat men in narcose de carotis aan de linkerzijde in de halsstreek bloot legt, een metalen rechte knopsonde invoert, deze doorschuift tot de aortakleppen (men voelt een verende weerstand) en nu met een korte krachtige stoot de klep doorprikt. Men trekt de sonde terug en onderbindt de carotis. (Voor een uitvoerige beschrijving van de techniek zie: Rosenbach 73) ) In het geheel opereerden wij zo 25 katten, waarvan wij bij 5, 2 maal een klep doorstootten.

Tabel 1 geeft een overzicht over deze dieren. In deze tabel vindt men het gewicht vóór de operatie en bij de dood, de doodsoorzaak en het aantal dagen, dat de dieren geleefd hebben. Verder ziet men er ook nog het absolute en relatieve hartgewicht, tevens in °/o de onderdelen der hartgewichten ten opzichte van het totale hartgewicht. Uit deze tabel zien wij, dat van de 25 dieren er slechts 13 meer dan een maand na de operatie geleefd hebben. 6 zijn dood gegaan onder het klinisch beeld van een decompensatio cordis en niet minder dan 3 aan een haemopericardium. Blijkbaar hebben wij hier bij het inbrengen van de sonde de intima van de aorta beschadigd. Er vormde zich dan een aneurysma dissecans, dat naar buiten doorbrak in het pericardium (éénmaal was dit duidelijk bij de sectie te zien 74)), waardoor dit zich met bloed vulde.

Daar zovele katten aan decompensatie ten gronde gingen, hebben wij ze, zoals we eerst deden, geen arbeid meer in een tredmolen laten verrichten. (Vergelijk hiermede ook Stadler 75), die konijnen een aorta-insufficientie bezorgde en de dieren bijna steeds, zodra ze veel beweging kregen, in korte tijd aan decompensatie zag doodgaan). Eén kat (23), welke alle verschijnselen van een beginnende decompensatie vertoonde (geen eetlust, dyspnoe, sterke gewichtsvermindering, sufheid), werd gedurende een dag of 6, 2 maal daags

72) zie b.v. J. A. E. Eyster: Cardiac dilatation and hypertrophy Am. J. of Physiol. 81 (1927).

73) O. Rosenbach: l.c.

'4) kat. no. 20.

7«) Stadler: Experimentelle und histologische Beitrage zur Herzhypertrophie. D. Arch. f. klin. Med. Bd. 91.

Sluiten