Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daarna nog een paar dagen i maal daags V2 cc sympatol ,0) van een io°/o oplossing subcutaan gegeven. Het dier is in leven gebleven en geheel hersteld. De overige 12 katten waren tierig en vertoonden ogenschijnlijk geen afwijkingen. Hun gewichten namen vaak toe.

Van een serie van 22 normale katten hebben wij de onderdelen van het hart (linkerventrikel, rechterventrikel, septum en de beide atria tezamen) gewogen, het percentage bepaald, dat deze onderdelen uitmaken van het totale hartgewicht en vervolgens het relatieve hartgewicht berekend. Tabel 2 geeft onze uitkomsten, welke in overeenstemming zijn met de gegevens van Tjia "), weer:

TABEL 2

laagste hoogste gemiddelde

waarde waarde waarde

22 katten: Relatieve

hartgewicht 2.83 %o — 4.63 °/oo 3.71 %0 ± 0.40 %o

In percenten Linker

ten opzichte Ventrikel 33.3 % ~ 48 6 % 40.6 % — 3.5% van totale

hartgewicht Rechte^ ^ % ^ % ]g 2 % ± 2 4 0, Septum

Ventric. 16.8 % - 27.9 % 23.7 % ± 3.1 % Atria

(tezamen) 11.1 % - 23.8 % 16.6 % ± 3.2%

Gewichten van de katten 1.1 K.Q. — 4.14 K.G.

Zien wij de relatieve hartgewichten van onze katten, dan blijkt het, dat slechts bij 6 van de 13 katten, welke langer dan een maand geleefd hebben, een duidelijke hypertrophie van het hart is opgetreden. Een verklaring van dit verschijnsel kan misschien zijn, dat bij sectie herhaalde malen gevonden werd, dat het gat, in de klep gemaakt, zeer sterk verdikte randen had, welke de opening als het ware weer volkomen afsloten. Met een sonde kon men echter toch nog wel aantonen, dat de randen niet vergroeid waren.

Met deze katten werden nu „Starling-proeven" verricht. Het „Starling-apparaat" is voldoende beschreven 78), dan dat wij ons hier nog in herhalingen behoeven te begeven. De enige verandering, welke

7e) p. Methylaminoaethanolphenol tart.

") C. R. Tjia: l.c. blz. 31, 32.

7s) Zie voor literatuuropgaven hiervoor b.v. Tjia l.c. blz. 66.

Sluiten