Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

Het pericardium kan in vivo „plastisch" veranderen.

Uit proeven, in de hoofdstukken II en IV beschreven, hebben wij gezien, dat het hart, de ruimte door het pericardium omsloten, geheel opvult en dat door liniaire verlenging van het pericardium de inhoud van deze ruimte met 20°/o toe kan nemen.

Wanneer een hart dilateert, zal het het pericardium uit moeten rekken. Deze rekking kost energie; deze energie zal slechts door verhoging van de diastolische druk geleverd kunnen worden. Het hart is in de diastole het grootst 0T) en het hart heeft geen actieve zuigkracht 98), m.a.w. de „aanvangsdrukreservekracht" zal op het moment van de uitrekking een grotere rol gaan spelen. Wanneer het pericardium alleen „elastisch" rekt, betekent dit, dat voor een gedilateerd hart de „aanvangsdrukreservekracht" belangrijker is dan voor een normaal hart. Het pericardium blijft in dit geval onder een hogere spanning staan dan normaal, de veneuze druk zal deze moeten overwinnen en dus verhoogd moeten worden. Zonder pericardium zou het hart bij deze druk verder dilateren dan het nu doen kan. Rekt het pericardium „plastisch", dan wil dit zeggen, dat tijdens de dilatatie van het hart de „aanvangsdrukreservekracht" natuurlijk wel een grotere functie heeft dan bij het normale hart; heeft het hart echter zijn grootste dilatatie bereikt, dan zal de „aanvangsdrukreservekracht" weer dezelfde waarde hebben als bij het normale hart. Immers in dit geval is de grotere spanning, welke bij „elastische" uitrekking in het pericardium optreedt, niet aanwezig.

Proeven in vitro gedaan !I'J), gaven aanwijzingen, dat dit laatste mechanisme een rol zou kunnen spelen.

Met behulp van het „hart-long-praeparaat" hebben wij getracht na te gaan, of het mogelijk is een indruk over deze verschijnselen in vivo

»7) Hoofdstuk III.

os) R van <je Velden: Versuche über die Saugwirkung des Herzens. Zeitschr. f. exp. Path. u. Ther. Bd. 3. (1906)

9I>) Hoofdstuk IV.

Sluiten